Header achtergrond
Header achtergrond

Giftenaftrek voor vrijwilligers die afzien van vergoeding, Belastingdienst geeft uitleg

27-01-2017

De Belastingdienst heeft in een handreiking de regels, die worden toegepast, verduidelijkt. Niet in alle gevallen leidt het afzien van een vrijwilligersvergoeding tot een aftrekbare gift. Volgens de Belastingdienst wordt in de praktijk de giftenaftrek nogal eens onterecht toegepast, bijvoorbeeld omdat de vrijwilliger geen reëel recht had op een vergoeding. Dit kan zich voordoen als de ANBI niet over de intentie of middelen beschikt om aan de vrijwilliger een onbelaste vrijwilligersvergoeding te verstrekken. Is dat het geval, dan heeft de vrijwilliger geen reëel recht op de vergoeding en kan hij deze niet als gift in aanmerking nemen.

De Belastingdienst geeft voorwaarden voor aftrek:
• De Belastingdienst heeft de instelling aangewezen als ANBI of culturele ANBI.
• De instelling heeft een verklaring afgegeven dat u zich hebt ingezet als vrijwilliger.
• De (culturele) ANBI heeft een regeling getroffen waardoor u in aanmerking komt voor een vergoeding.
• De financiële situatie van de (culturele) ANBI is zo dat zij de vergoeding ook kan uitbetalen.
• De (culturele) ANBI heeft de bedoeling om de vergoeding daadwerkelijk uit te betalen.
• U moet zelf kunnen bepalen dat u de vergoeding niet wilt ontvangen en aan de (culturele) ANBI schenkt.

Krijgt de belastingplichtige geen vrijwilligersvergoeding, maar maakt hij wel kosten voor de (culturele) ANBI? Dan kan hij de werkelijk gemaakte kosten onder voorwaarden ook aftrekken als gift. Daarbij is van belang of de vrijwilliger wel of geen vergoeding kan krijgen voor de gemaakte kosten.

Krijgt u de gemaakte kosten niet vergoed door de (culturele) ANBI? Maar maakt u kosten die volgens maatschappelijke opvattingen vergoed horen te worden? Dan mag u deze kosten aftrekken als een gewone gift. Het gaat om
• Portokosten
• Reiskosten
• Kosten voor enveloppen, papier of inkt
• Auto- en taxikosten
Voor autokosten telt u een vast bedrag van € 0,19 per kilometer mee. Voor taxikosten tellen de werkelijke kosten mee.

Ziet de vrijwilliger af van de vrijwilligersvergoeding én maakt hij kosten, die niet door de ANBI worden vergoed? En behoren deze kosten naar maatschappelijke opvattingen wel te worden vergoed? In dit geval telt voor de aftrek van de werkelijke kosten alleen het deel mee dat hoger is dan de vrijwilligersvergoeding.

Voorbeeld van de Belastingdienst
Jan heeft recht op een vrijwilligersvergoeding van € 600 van de ANBI. Voor deze ANBI heeft hij daarnaast € 760 aan autokosten gemaakt (4.000 km a € 0,19). Deze autokosten zijn naar maatschappelijke normen aanvaardbaar. Jan ziet af van zijn vrijwilligersvergoeding. Jan mag daarom € 600 als gift in aanmerking nemen. Voor de autokosten mag Jan daarnaast nog € 160 (€ 760 - € 600) in aftrek brengen.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap tussen echtgenoten te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook