Header achtergrond
Header achtergrond

Nieuws

  • Wet DBA opgeschort, feitelijk van tafel … wat nu ZZP'ers? Door Wijnkamp Keulers op 21-11-2016

    Met het opschorten van de controle door de Belastingdienst, zoals vrijdag jl. toegezegd door Staatssecretaris Wiebes, lijkt de Wet DBA feitelijk van tafel. Niettemin is de VAR niet terug, dus de vraag rijst wat nu de aangewezen weg is om het risico op (na)heffen van loonbelasting en premies bij de opdrachtgever te minimaliseren. Ondanks het ontbreken van de VAR kunnen we terugkeren naar de situatie toen de VAR er nog wel was, alleen nu met gebruikmaken van de modelovereenkomsten. Dit omdat de wetgeving zelve, die inhouding en afdracht van loonheffingen regelt, niet is gewijzigd, dus ook niet de termijn van 5 jaar waarbinnen de Belastingdienst kan controleren en naheffen. Wat wel beter is, is dat er geen boetes zullen kunnen worden opgelegd. Gebruik de modelovereenkomsten in uw voordeel, waarmee de opdrachtgever in feite net zoveel zekerheid heeft als voorheen met de VAR.

    De VAR gaf bij oneigenlijk gebruik in feite ook geen zekerheid, dat leek alleen maar zo, omdat er door de Belastingdienst niet of nauwelijks werd gecontroleerd. Ook bij de VAR was er een risico, over een periode van 5 jaar na dato, op alsnog opleggen van loonheffingen en met boetes. Behoudens in gevallen waarin het de spuigaten uitliep, werden er echter geen naheffingen en boetes opgelegd. Nu met het opschorten van de beoordelingen tot januari 2018 keert die situatie terug. Het blijft zaak voor een opdrachtgever om elk geval zelf goed te beoordelen, maar dat was onder de VAR niet anders. Inmiddels is er echter wel veel meer duidelijkheid, in welke gevallen er geen dienstbetrekking is en loonheffing zal worden (na)geheven. Als gebruik wordt gemaakt van de modelovereenkomsten en een beroep wordt gedaan op de inmiddels bekend gemaakte interpretaties van de Staatssecretaris, dan is het risico op een andere beoordeling door de Belastingdienst vrij klein, eigenlijk nog kleiner dan onder de VAR.

    Meer zekerheid voor langduriger relaties kan eventueel nog worden verkregen door aangifte LH te doen als ware er een dienstbetrekking en vervolgens door de opdrachtnemer bezwaar te laten maken tegen de (eigen) aangifte. De inspecteur moet dan in beginsel in 6 weken uitspraak doen en daarmee is er een standpunt verkregen, opdrachtgever en opdrachtnemer weten dan waar zij aan toe zijn.

    Het is nu vooral aan de opdrachtgevers en ZZP'ers om terug te keren naar de situatie van voor de VAR. Het kan weer, maar het combineren van behoorlijke contracten en invulling conform de modelovereenkomsten is wel aan te raden om de risico’s te minimaliseren. Door het drama rondom het afschaffen van de VAR is wel één ding duidelijk geworden. Het is dringend noodzakelijk het arbeidsrecht te hervormen inclusief het mislukte nieuwe ontslagrecht en de regelingen rondom collectieve pensioenen. Misschien toch maar eens kijken naar de oude lijfrenteaftrek, vast minder vast maken en het ondernemerschap niet als aftreksel van het arbeidsrecht behandelen.

    Lees verder
  • Echtscheiding, problemen met de hypotheek? … fiscaal voordeel kan helpen Door Wijnkamp Keulers op 18-11-2016

    Bij een echtscheiding zijn de fiscale gevolgen ingrijpend. Vaak stuit een redelijke regeling op dure fiscale gevolgen. De eigen woning met bijbehorende hypotheek is in het merendeel van de gevallen het grote probleem, dat moet worden opgelost. Zo is de periode vooruitlopend op de inschrijving van de uitspraak tot echtscheiding er een waarin de vraag over welke partner welke hypotheekrenteaftrek heeft niet in alle gevallen duidelijk vast te stellen, met alle frustratie en ruzie van dien.

    Fiscaal partnerschap

    Het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting eindigt op het moment dat het verzoek tot echtscheiding (of scheiding van tafel en bed) is ingediend bij de rechtbank en de inschrijving in het GBA van één van de partners is gewijzigd.

    Zit er veel tijd tussen de indiening van het verzoek tot echtscheiding en de wijziging van de inschrijving GBA, dan eindigt het fiscaal partnerschap op de datum van de laatste gebeurtenis. In het kader van de afwikkeling van de echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap kunt u wel vastleggen dat u voor het jaar van einde fiscaal partnerschap nog voor voljaarpartnerschap kiest en aldus de mogelijkheid van vrije toerekening van onder meer de eigen woning en de bijbehorende hypotheekrenteaftrek behoudt.

    Eigen woning

    Wanneer u beiden gezamenlijk eigenaar bent van de eigen woning, zou de woning feitelijk bij ieder van u voor 50% moeten worden aangegeven, ook de hypotheekrente is bij ieder voor 50% aftrekbaar. Op basis van de regels van vrije toerekening (meest optimale verdeling) gebeurt dat in de regel niet en wordt de woning en de daarbij behorende hypotheekrente-aftrek bij de meest verdienende partner aangegeven. Maar, dit kan alleen zolang u fiscale partners bent. Het kan dus soms interessant zijn in fiscaal opzicht, om bijvoorbeeld de wijziging van de GBA nog niet zo snel door te voeren en zo de vrije toerekenings-mogelijkheden te houden en optimaal te profiteren van de eigen woningregeling. Het aldus te behalen voordeel kan bij de verdeling van het vermogen worden meegenomen en tussen de ex-echtelieden worden verdeeld.

    Duurzaam en bestendig verlaten van de woning

    Let wel, de eigen woningregeling is bij echtscheiding nog twee jaar van toepassing na het duurzaam en bestendig verlaten van de eigen woning. Dat duurzaam en bestendig verlaten van de echtelijke woning - staat, in beginsel los van de wijziging in de GBA omdat niet altijd direct uitschrijving plaats vindt bij het verlaten van de gemeenschappelijke woning - wordt in het algemeen ingevuld aan de hand van de feitelijke omstandigheden. Hebt u de woning verlaten om een afkoelingsperiode in te lassen, dan is het verdedigbaar te stellen dat er nog geen sprake is van het als bestendig bedoeld verlaten van de echtelijke woning. Pas op het moment dat u besluit niet meer terug te keren naar de echtelijke woning is sprake van het duurzaam en bestendig bedoeld verlaten van de echtelijke woning en gaat de twee jaarstermijn lopen. Let op, het gaat hier niet om een kalenderjaar, maar om een periode van 24 maanden na het verlaten van de woning.

    Onverdeelde gemeenschap

    Is het fiscaal partnerschap geëindigd, dan dient u ieder 50% van de Woz-waarde aan te geven en is er recht op aftrek ter grootte van 50% van de hypotheekrente, ongeacht wie de hypotheekrente aan de bank betaald. Dus ook al betaalt u de volledige hypotheekrente, u kunt slechts 50% in aftrek brengen als hypotheekrente. Bij de afspraken omtrent de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de eventuele bijdragen in het levensonderhoud (partneralimentatie) kunnen nadere regelingen worden vastgelegd omtrent eventueel gebruiksvergoedingen en/of alimentatie in natura, zolang de woning nog gemeenschappelijk eigendom is. Ook als sprake is van alimentatie in natura is deze aftrekbaar bij de alimentatieplichtige en belast bij de alimentatiegerechtigde.

    Tot slot

    Een echtscheiding heeft fiscaal de nodige gevolgen. Met de uitspraak van de Rechtbank dat u gescheiden bent, bent u er nog niet, maar … Beter is het om voorafgaand de eventueel gewenste afspraken door een advocaat/belastingkundige te laten toetsen, om te voorkomen dat reeds vastgelegde afspraken ongewenste en niet meer te wijzigen (nadelige) fiscale gevolgen hebben. Bovendien, fiscaal voordeel kan de stroeve raderen mogelijk wat smeren.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Wet DBA opgeschort, feitelijk van tafel … wat nu ZZP'ers? Door Wijnkamp Keulers op 21-11-2016

    Met het opschorten van de controle door de Belastingdienst, zoals vrijdag jl. toegezegd door Staatssecretaris Wiebes, lijkt de Wet DBA feitelijk van tafel. Niettemin is de VAR niet terug, dus de vraag rijst wat nu de aangewezen weg is om het risico op (na)heffen van loonbelasting en premies bij de opdrachtgever te minimaliseren. Ondanks het ontbreken van de VAR kunnen we terugkeren naar de situatie toen de VAR er nog wel was, alleen nu met gebruikmaken van de modelovereenkomsten. Dit omdat de wetgeving zelve, die inhouding en afdracht van loonheffingen regelt, niet is gewijzigd, dus ook niet de termijn van 5 jaar waarbinnen de Belastingdienst kan controleren en naheffen. Wat wel beter is, is dat er geen boetes zullen kunnen worden opgelegd. Gebruik de modelovereenkomsten in uw voordeel, waarmee de opdrachtgever in feite net zoveel zekerheid heeft als voorheen met de VAR.

    De VAR gaf bij oneigenlijk gebruik in feite ook geen zekerheid, dat leek alleen maar zo, omdat er door de Belastingdienst niet of nauwelijks werd gecontroleerd. Ook bij de VAR was er een risico, over een periode van 5 jaar na dato, op alsnog opleggen van loonheffingen en met boetes. Behoudens in gevallen waarin het de spuigaten uitliep, werden er echter geen naheffingen en boetes opgelegd. Nu met het opschorten van de beoordelingen tot januari 2018 keert die situatie terug. Het blijft zaak voor een opdrachtgever om elk geval zelf goed te beoordelen, maar dat was onder de VAR niet anders. Inmiddels is er echter wel veel meer duidelijkheid, in welke gevallen er geen dienstbetrekking is en loonheffing zal worden (na)geheven. Als gebruik wordt gemaakt van de modelovereenkomsten en een beroep wordt gedaan op de inmiddels bekend gemaakte interpretaties van de Staatssecretaris, dan is het risico op een andere beoordeling door de Belastingdienst vrij klein, eigenlijk nog kleiner dan onder de VAR.

    Meer zekerheid voor langduriger relaties kan eventueel nog worden verkregen door aangifte LH te doen als ware er een dienstbetrekking en vervolgens door de opdrachtnemer bezwaar te laten maken tegen de (eigen) aangifte. De inspecteur moet dan in beginsel in 6 weken uitspraak doen en daarmee is er een standpunt verkregen, opdrachtgever en opdrachtnemer weten dan waar zij aan toe zijn.

    Het is nu vooral aan de opdrachtgevers en ZZP'ers om terug te keren naar de situatie van voor de VAR. Het kan weer, maar het combineren van behoorlijke contracten en invulling conform de modelovereenkomsten is wel aan te raden om de risico’s te minimaliseren. Door het drama rondom het afschaffen van de VAR is wel één ding duidelijk geworden. Het is dringend noodzakelijk het arbeidsrecht te hervormen inclusief het mislukte nieuwe ontslagrecht en de regelingen rondom collectieve pensioenen. Misschien toch maar eens kijken naar de oude lijfrenteaftrek, vast minder vast maken en het ondernemerschap niet als aftreksel van het arbeidsrecht behandelen.

    Lees verder
  • Wiebes steeds meer in het nauw bij ZZP-problematiek Door Wijnkamp Keulers op 16-11-2016

    Staatssecretaris Wiebes blijkt inmiddels de forse problemen voor ZZP'ers en ondernemers na de invoering van de Wet DBA niet langer meer te kunnen bagatelliseren. Hij heeft het nu over “onbedoelde neveneffecten” waar hij op korte termijn “aandacht” aan zal besteden. Het wordt november in plaats van december en hij komt met een brief. De ZZP'ers, die hun inkomen met 25% - 50% hebben zien dalen, moeten het hiermee doen.

    Wet DBA onmogelijk

    Wij hebben het al vanaf het begin gezegd, de Wet DBA maakt het voor opdrachtgevers vrijwel onmogelijk om ZZP'ers in te huren, de risico's op naheffingen met boetes zijn veel te groot en belopen een termijn van 5 jaar na dato. Geen weldenkende ondernemer is zo gek om hier in te stappen. Wij zeggen het nog maar eens, de VAR terug en misbruik onder de oude wetgeving bestrijden, is de enige bruikbare oplossing. Dat betekent vrijwaring van aansprakelijkheid voor goedwillende opdrachtgevers, die zich aan de regels houden, en naheffingen en boetes voor diegenen, die misbruik plegen. Dat kon onder de oude wetgeving en dat kan niet onder de nieuwe DBA-wetgeving. De DBA-wetgeving moet dus van tafel.

    Pappen en nathouden

    CDA Tweede Kamer-lid Pieter Omtzigt heeft terecht aangegeven, dat de DBA-wetgeving (overigens in combinatie met de voor werkgevers mislukte herziening van het ontslagrecht) er niet toe leidt, dat er werknemers in vaste dienst worden genomen. In tegendeel, pay-roll en uitzendwerk is sterk toegenomen, wat ook een verklaring is voor de betere macrocijfers over afnemende werkeloosheid en meer banen. Dat de pay-rollers en uitzendkrachten hun verdiensten met 25% - 50% zien verminderen, blijkt niet uit de CBS-cijfers. Goede ZZP-contracten worden nu door opdrachtgevers geweigerd en de ZZP'ers kunnen als uitzendkracht aan de slag, maar wel voor driekwart of de helft. De arbeidsmarkt zit zo vast als een huis, met dank aan de voorstanders van de afschaffing van de VAR en de herziening van het ontslagrecht.

    Het gaat niet beter worden

    De Staatsecretaris is op reis langs een kansloze route. Zolang het uitgangspunt is dat ZZP'ers “deplorables” zijn, die eigenlijk liever in vaste arbeidscontracten werkzaam zijn en dus het arbeidsrecht bepaalt wat en wie ondernemers zijn, is er geen oplossing mogelijk. Een positieve definitie van ZZP-ondernemerschap is noodzakelijk en een verklaring (VAR), die de status van een ZZP'er eenduidig aangeeft, eveneens. Zo zou voor uurtarieven vanaf € 25 excl. BTW er een positieve keuze voor ondernemerschap moeten kunnen zijn en zo ook voor een opdracht met een beloop van meer dan € 7.500 bij een looptijd van bijvoorbeeld een maand. Sluit voor de definities aan bij de Wet OB, voor de BTW weten we immers al lang wie ondernemer is en wie niet. BTW-nummer betekent ondernemerschap, misbruik en valse voorstelling van zaken is ook in de BTW-wetgeving al lang met sancties omgeven.

    Politieke wil

    Het is dus niet moeilijk oplosbaar, er is maar één vereiste. Ophouden met mijmeren naar de jaren vijftig van de twintigste eeuw en ophouden met streven naar herstel van de collectieve regelingen via geregelde vaste contracten. Het gaat niet gebeuren, ook niet met tegenwerken van ZZP'ers. Dat levert alleen maar verlies van inkomen op bij ZZP'ers en belemmert ondernemerschap en innovatie. Als je vindt dat dat ook niet hoeft, kun je doorgaan op de Wet DBA-weg. Als innovatie en ondernemerschap noodzakelijk is, moet de politieke wil ook concreet gemaakt worden… weg met de Wet DBA dus.

    Lees verder

Laatste nieuws

Nieuws

  • Wet DBA opgeschort, feitelijk van tafel … wat nu ZZP'ers? Door Wijnkamp Keulers op 21-11-2016

    Met het opschorten van de controle door de Belastingdienst, zoals vrijdag jl. toegezegd door Staatssecretaris Wiebes, lijkt de Wet DBA feitelijk van tafel. Niettemin is de VAR niet terug, dus de vraag rijst wat nu de aangewezen weg is om het risico op (na)heffen van loonbelasting en premies bij de opdrachtgever te minimaliseren. Ondanks het ontbreken van de VAR kunnen we terugkeren naar de situatie toen de VAR er nog wel was, alleen nu met gebruikmaken van de modelovereenkomsten. Dit omdat de wetgeving zelve, die inhouding en afdracht van loonheffingen regelt, niet is gewijzigd, dus ook niet de termijn van 5 jaar waarbinnen de Belastingdienst kan controleren en naheffen. Wat wel beter is, is dat er geen boetes zullen kunnen worden opgelegd. Gebruik de modelovereenkomsten in uw voordeel, waarmee de opdrachtgever in feite net zoveel zekerheid heeft als voorheen met de VAR.

    De VAR gaf bij oneigenlijk gebruik in feite ook geen zekerheid, dat leek alleen maar zo, omdat er door de Belastingdienst niet of nauwelijks werd gecontroleerd. Ook bij de VAR was er een risico, over een periode van 5 jaar na dato, op alsnog opleggen van loonheffingen en met boetes. Behoudens in gevallen waarin het de spuigaten uitliep, werden er echter geen naheffingen en boetes opgelegd. Nu met het opschorten van de beoordelingen tot januari 2018 keert die situatie terug. Het blijft zaak voor een opdrachtgever om elk geval zelf goed te beoordelen, maar dat was onder de VAR niet anders. Inmiddels is er echter wel veel meer duidelijkheid, in welke gevallen er geen dienstbetrekking is en loonheffing zal worden (na)geheven. Als gebruik wordt gemaakt van de modelovereenkomsten en een beroep wordt gedaan op de inmiddels bekend gemaakte interpretaties van de Staatssecretaris, dan is het risico op een andere beoordeling door de Belastingdienst vrij klein, eigenlijk nog kleiner dan onder de VAR.

    Meer zekerheid voor langduriger relaties kan eventueel nog worden verkregen door aangifte LH te doen als ware er een dienstbetrekking en vervolgens door de opdrachtnemer bezwaar te laten maken tegen de (eigen) aangifte. De inspecteur moet dan in beginsel in 6 weken uitspraak doen en daarmee is er een standpunt verkregen, opdrachtgever en opdrachtnemer weten dan waar zij aan toe zijn.

    Het is nu vooral aan de opdrachtgevers en ZZP'ers om terug te keren naar de situatie van voor de VAR. Het kan weer, maar het combineren van behoorlijke contracten en invulling conform de modelovereenkomsten is wel aan te raden om de risico’s te minimaliseren. Door het drama rondom het afschaffen van de VAR is wel één ding duidelijk geworden. Het is dringend noodzakelijk het arbeidsrecht te hervormen inclusief het mislukte nieuwe ontslagrecht en de regelingen rondom collectieve pensioenen. Misschien toch maar eens kijken naar de oude lijfrenteaftrek, vast minder vast maken en het ondernemerschap niet als aftreksel van het arbeidsrecht behandelen.

    Lees verder
  • Echtscheiding, problemen met de hypotheek? … fiscaal voordeel kan helpen Door Wijnkamp Keulers op 18-11-2016

    Bij een echtscheiding zijn de fiscale gevolgen ingrijpend. Vaak stuit een redelijke regeling op dure fiscale gevolgen. De eigen woning met bijbehorende hypotheek is in het merendeel van de gevallen het grote probleem, dat moet worden opgelost. Zo is de periode vooruitlopend op de inschrijving van de uitspraak tot echtscheiding er een waarin de vraag over welke partner welke hypotheekrenteaftrek heeft niet in alle gevallen duidelijk vast te stellen, met alle frustratie en ruzie van dien.

    Fiscaal partnerschap

    Het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting eindigt op het moment dat het verzoek tot echtscheiding (of scheiding van tafel en bed) is ingediend bij de rechtbank en de inschrijving in het GBA van één van de partners is gewijzigd.

    Zit er veel tijd tussen de indiening van het verzoek tot echtscheiding en de wijziging van de inschrijving GBA, dan eindigt het fiscaal partnerschap op de datum van de laatste gebeurtenis. In het kader van de afwikkeling van de echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap kunt u wel vastleggen dat u voor het jaar van einde fiscaal partnerschap nog voor voljaarpartnerschap kiest en aldus de mogelijkheid van vrije toerekening van onder meer de eigen woning en de bijbehorende hypotheekrenteaftrek behoudt.

    Eigen woning

    Wanneer u beiden gezamenlijk eigenaar bent van de eigen woning, zou de woning feitelijk bij ieder van u voor 50% moeten worden aangegeven, ook de hypotheekrente is bij ieder voor 50% aftrekbaar. Op basis van de regels van vrije toerekening (meest optimale verdeling) gebeurt dat in de regel niet en wordt de woning en de daarbij behorende hypotheekrente-aftrek bij de meest verdienende partner aangegeven. Maar, dit kan alleen zolang u fiscale partners bent. Het kan dus soms interessant zijn in fiscaal opzicht, om bijvoorbeeld de wijziging van de GBA nog niet zo snel door te voeren en zo de vrije toerekenings-mogelijkheden te houden en optimaal te profiteren van de eigen woningregeling. Het aldus te behalen voordeel kan bij de verdeling van het vermogen worden meegenomen en tussen de ex-echtelieden worden verdeeld.

    Duurzaam en bestendig verlaten van de woning

    Let wel, de eigen woningregeling is bij echtscheiding nog twee jaar van toepassing na het duurzaam en bestendig verlaten van de eigen woning. Dat duurzaam en bestendig verlaten van de echtelijke woning - staat, in beginsel los van de wijziging in de GBA omdat niet altijd direct uitschrijving plaats vindt bij het verlaten van de gemeenschappelijke woning - wordt in het algemeen ingevuld aan de hand van de feitelijke omstandigheden. Hebt u de woning verlaten om een afkoelingsperiode in te lassen, dan is het verdedigbaar te stellen dat er nog geen sprake is van het als bestendig bedoeld verlaten van de echtelijke woning. Pas op het moment dat u besluit niet meer terug te keren naar de echtelijke woning is sprake van het duurzaam en bestendig bedoeld verlaten van de echtelijke woning en gaat de twee jaarstermijn lopen. Let op, het gaat hier niet om een kalenderjaar, maar om een periode van 24 maanden na het verlaten van de woning.

    Onverdeelde gemeenschap

    Is het fiscaal partnerschap geëindigd, dan dient u ieder 50% van de Woz-waarde aan te geven en is er recht op aftrek ter grootte van 50% van de hypotheekrente, ongeacht wie de hypotheekrente aan de bank betaald. Dus ook al betaalt u de volledige hypotheekrente, u kunt slechts 50% in aftrek brengen als hypotheekrente. Bij de afspraken omtrent de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de eventuele bijdragen in het levensonderhoud (partneralimentatie) kunnen nadere regelingen worden vastgelegd omtrent eventueel gebruiksvergoedingen en/of alimentatie in natura, zolang de woning nog gemeenschappelijk eigendom is. Ook als sprake is van alimentatie in natura is deze aftrekbaar bij de alimentatieplichtige en belast bij de alimentatiegerechtigde.

    Tot slot

    Een echtscheiding heeft fiscaal de nodige gevolgen. Met de uitspraak van de Rechtbank dat u gescheiden bent, bent u er nog niet, maar … Beter is het om voorafgaand de eventueel gewenste afspraken door een advocaat/belastingkundige te laten toetsen, om te voorkomen dat reeds vastgelegde afspraken ongewenste en niet meer te wijzigen (nadelige) fiscale gevolgen hebben. Bovendien, fiscaal voordeel kan de stroeve raderen mogelijk wat smeren.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Wet DBA opgeschort, feitelijk van tafel … wat nu ZZP'ers? Door Wijnkamp Keulers op 21-11-2016

    Met het opschorten van de controle door de Belastingdienst, zoals vrijdag jl. toegezegd door Staatssecretaris Wiebes, lijkt de Wet DBA feitelijk van tafel. Niettemin is de VAR niet terug, dus de vraag rijst wat nu de aangewezen weg is om het risico op (na)heffen van loonbelasting en premies bij de opdrachtgever te minimaliseren. Ondanks het ontbreken van de VAR kunnen we terugkeren naar de situatie toen de VAR er nog wel was, alleen nu met gebruikmaken van de modelovereenkomsten. Dit omdat de wetgeving zelve, die inhouding en afdracht van loonheffingen regelt, niet is gewijzigd, dus ook niet de termijn van 5 jaar waarbinnen de Belastingdienst kan controleren en naheffen. Wat wel beter is, is dat er geen boetes zullen kunnen worden opgelegd. Gebruik de modelovereenkomsten in uw voordeel, waarmee de opdrachtgever in feite net zoveel zekerheid heeft als voorheen met de VAR.

    De VAR gaf bij oneigenlijk gebruik in feite ook geen zekerheid, dat leek alleen maar zo, omdat er door de Belastingdienst niet of nauwelijks werd gecontroleerd. Ook bij de VAR was er een risico, over een periode van 5 jaar na dato, op alsnog opleggen van loonheffingen en met boetes. Behoudens in gevallen waarin het de spuigaten uitliep, werden er echter geen naheffingen en boetes opgelegd. Nu met het opschorten van de beoordelingen tot januari 2018 keert die situatie terug. Het blijft zaak voor een opdrachtgever om elk geval zelf goed te beoordelen, maar dat was onder de VAR niet anders. Inmiddels is er echter wel veel meer duidelijkheid, in welke gevallen er geen dienstbetrekking is en loonheffing zal worden (na)geheven. Als gebruik wordt gemaakt van de modelovereenkomsten en een beroep wordt gedaan op de inmiddels bekend gemaakte interpretaties van de Staatssecretaris, dan is het risico op een andere beoordeling door de Belastingdienst vrij klein, eigenlijk nog kleiner dan onder de VAR.

    Meer zekerheid voor langduriger relaties kan eventueel nog worden verkregen door aangifte LH te doen als ware er een dienstbetrekking en vervolgens door de opdrachtnemer bezwaar te laten maken tegen de (eigen) aangifte. De inspecteur moet dan in beginsel in 6 weken uitspraak doen en daarmee is er een standpunt verkregen, opdrachtgever en opdrachtnemer weten dan waar zij aan toe zijn.

    Het is nu vooral aan de opdrachtgevers en ZZP'ers om terug te keren naar de situatie van voor de VAR. Het kan weer, maar het combineren van behoorlijke contracten en invulling conform de modelovereenkomsten is wel aan te raden om de risico’s te minimaliseren. Door het drama rondom het afschaffen van de VAR is wel één ding duidelijk geworden. Het is dringend noodzakelijk het arbeidsrecht te hervormen inclusief het mislukte nieuwe ontslagrecht en de regelingen rondom collectieve pensioenen. Misschien toch maar eens kijken naar de oude lijfrenteaftrek, vast minder vast maken en het ondernemerschap niet als aftreksel van het arbeidsrecht behandelen.

    Lees verder
  • Wiebes steeds meer in het nauw bij ZZP-problematiek Door Wijnkamp Keulers op 16-11-2016

    Staatssecretaris Wiebes blijkt inmiddels de forse problemen voor ZZP'ers en ondernemers na de invoering van de Wet DBA niet langer meer te kunnen bagatelliseren. Hij heeft het nu over “onbedoelde neveneffecten” waar hij op korte termijn “aandacht” aan zal besteden. Het wordt november in plaats van december en hij komt met een brief. De ZZP'ers, die hun inkomen met 25% - 50% hebben zien dalen, moeten het hiermee doen.

    Wet DBA onmogelijk

    Wij hebben het al vanaf het begin gezegd, de Wet DBA maakt het voor opdrachtgevers vrijwel onmogelijk om ZZP'ers in te huren, de risico's op naheffingen met boetes zijn veel te groot en belopen een termijn van 5 jaar na dato. Geen weldenkende ondernemer is zo gek om hier in te stappen. Wij zeggen het nog maar eens, de VAR terug en misbruik onder de oude wetgeving bestrijden, is de enige bruikbare oplossing. Dat betekent vrijwaring van aansprakelijkheid voor goedwillende opdrachtgevers, die zich aan de regels houden, en naheffingen en boetes voor diegenen, die misbruik plegen. Dat kon onder de oude wetgeving en dat kan niet onder de nieuwe DBA-wetgeving. De DBA-wetgeving moet dus van tafel.

    Pappen en nathouden

    CDA Tweede Kamer-lid Pieter Omtzigt heeft terecht aangegeven, dat de DBA-wetgeving (overigens in combinatie met de voor werkgevers mislukte herziening van het ontslagrecht) er niet toe leidt, dat er werknemers in vaste dienst worden genomen. In tegendeel, pay-roll en uitzendwerk is sterk toegenomen, wat ook een verklaring is voor de betere macrocijfers over afnemende werkeloosheid en meer banen. Dat de pay-rollers en uitzendkrachten hun verdiensten met 25% - 50% zien verminderen, blijkt niet uit de CBS-cijfers. Goede ZZP-contracten worden nu door opdrachtgevers geweigerd en de ZZP'ers kunnen als uitzendkracht aan de slag, maar wel voor driekwart of de helft. De arbeidsmarkt zit zo vast als een huis, met dank aan de voorstanders van de afschaffing van de VAR en de herziening van het ontslagrecht.

    Het gaat niet beter worden

    De Staatsecretaris is op reis langs een kansloze route. Zolang het uitgangspunt is dat ZZP'ers “deplorables” zijn, die eigenlijk liever in vaste arbeidscontracten werkzaam zijn en dus het arbeidsrecht bepaalt wat en wie ondernemers zijn, is er geen oplossing mogelijk. Een positieve definitie van ZZP-ondernemerschap is noodzakelijk en een verklaring (VAR), die de status van een ZZP'er eenduidig aangeeft, eveneens. Zo zou voor uurtarieven vanaf € 25 excl. BTW er een positieve keuze voor ondernemerschap moeten kunnen zijn en zo ook voor een opdracht met een beloop van meer dan € 7.500 bij een looptijd van bijvoorbeeld een maand. Sluit voor de definities aan bij de Wet OB, voor de BTW weten we immers al lang wie ondernemer is en wie niet. BTW-nummer betekent ondernemerschap, misbruik en valse voorstelling van zaken is ook in de BTW-wetgeving al lang met sancties omgeven.

    Politieke wil

    Het is dus niet moeilijk oplosbaar, er is maar één vereiste. Ophouden met mijmeren naar de jaren vijftig van de twintigste eeuw en ophouden met streven naar herstel van de collectieve regelingen via geregelde vaste contracten. Het gaat niet gebeuren, ook niet met tegenwerken van ZZP'ers. Dat levert alleen maar verlies van inkomen op bij ZZP'ers en belemmert ondernemerschap en innovatie. Als je vindt dat dat ook niet hoeft, kun je doorgaan op de Wet DBA-weg. Als innovatie en ondernemerschap noodzakelijk is, moet de politieke wil ook concreet gemaakt worden… weg met de Wet DBA dus.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook