Header achtergrond
Header achtergrond

2016 nadert, check nog even …

18-11-2015

Uw voorlopige aanslagen
Een te lage voorlopige aanslag is duur geld. Voor de vennootschapsbelasting brengt de Belastingdienst 8,05% rente in rekening. Voor de IB is dit 4%, ook te hoog dus om daar voordeel uit te halen. Wijkt uw inkomen of winst af van de verwachtingen, die u eerder had, neem dan contact op met ons om een hogere voorlopige aanslag te laten regelen. Een te hoge voorlopige aanslag is niet voordelig, daarover vergoedt de Belastingdienst geen rente. Zorg dus dat de voorlopige aanslag ongeveer in lijn ligt met de definitieve aanslag.

Schenken kan voordelig zijn
De erfbelasting ouders onderling en kinderen kent na vrijstellingen een tarief van 10% tot ruim € 121.000, daarboven 20%. Er is een vrijstelling van ruim € 20.000 voor kinderen en ruim € 633.000 voor echtelieden. Dat betekent dat kinderen tot ruim € 140.000 met 10% wegkomen, daarboven is het 20%. Boven de jaarlijkse vrijstelling van € 5.277, is er dus de mogelijkheid om tot ruim € 121.000 tegen 10% heffing te schenken. Bij grotere vermogens en ouders op leeftijd kan eerder schenken dus voordeel opleveren. Ook gebruik maken van de eenmalige verhoogde vrijstellingen kan voordelig zijn. Wees voorzichtig met ingewikkelde testamenten, het komt nogal eens voor dat de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën op grote schaal toegepaste trucs alsnog repareert en dat dit soort testamenten dan vervolgens zeer nadelig uitpakken. Bent u ondernemer, dan zijn er heel andere maatregelen nodig en mogelijk. Vermogen actief in de ondernemingssfeer aanwenden blijft vooralsnog het beste planningsinstrument.

Open fonds voor gemene rekening
Is het wat voor u, is het een alternatief voor box 3 en de dreigende zwaardere vermogensbelasting? Als u een groot vermogen in box 3 hebt en geen mogelijkheid of zin hebt om via een onderneming te investeren, dan kan een dergelijk fonds een mogelijkheid zijn. U gaat dan in plaats van 1,2% of meer in de toekomst, over de gerealiseerde winst van het fonds 25% betalen. Er zitten haken en ogen aan, het is de vraag of deze weg lang zal kunnen voortbestaan, maar als alternatief voor box 3 is het een overweging waard.

Uw opdrachtnemers, VAR nadert zijn einde

De aansprakelijkheid voor niet afgedragen loonbelasting en premies neemt toe. De ketenaansprakelijkheid is nu in alle sectoren van toepassing en de VAR, die de opdrachtgevers vrijwaart voor claims achteraf van fiscus en UWV, gaat verdwijnen. Volgens Staatssecretaris Wiebes worden opdrachtgever en opdrachtnemer "samen" verantwoordelijk, werkgevers en opdrachtgevers trappen er niet in en weten wel beter. Het zalvende "samen" betekent niet anders dan dat de opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk is en zal moeten betalen als de ZZP'er toch werknemer blijkt te zijn of dat er gebruik is gemaakt ergens in diens toeleveringsketen van inhoudingsplichtige en premieplichtige arbeid. Er zijn voorbeeldovereenkomsten, die geen arbeidsverhouding tot gevolg zouden moeten hebben, die gelden alleen fiscaal en niet als er ook aanvullende afspraken zijn. Inmiddels is duidelijk dat er zeer veel soorten en maten ZZP'ers zijn en dat de nu gepresenteerde voorbeeldovereenkomsten aanvullende afspraken zullen opleveren. Weinig praktische betekenis dus. Ook zijn sommige overeenkomsten ronduit als arbeidsovereenkomsten aan te merken met alle juridische gevolgen van dien. Het gepruts door de politiek met de ZZP'er is nog lang niet over. We zullen zien of de afschaffing van VAR niet gewoon tot doel had om het groeiende aantal ZZP'ers af te stoppen. De huidige VAR blijft bij ongewijzigde omstandigheden van de ZZP'er in 2016 (vooralsnog tot 1 april 2016) geldig. Hoe een opdrachtgever dat moet controleren, heeft Wiebes er niet bij gezegd… Vermoedelijk "samen" met de ZZP'er, zal hij voor ogen hebben. Onze tip, zoek de voor uw sector toepasselijke modelovereenkomst, laat deze beoordelen door een arbeidsrecht jurist en kijk of u er mee uit de voeten kunt. Bij twijfel zorg ervoor dat loonbelasting en premies worden aangegeven, houd het bedrag in en maak bezwaar tegen uw eigen aangifte. Als u dat een keer doet in samenspraak met de ZZP'er dwingt u de inspecteur tot een standpunt.

G-rekening verdwijnt
Niet alleen de G-rekening verdwijnt per 1 januari 2016, ook rechtstreeks storten bij de fiscus zal niet meer mogelijk zijn. Houdt dus voldoende in en overweeg een eigen stichting met bankrekening om het geld in afspraak met de onderaannemers op een derdengeldrekening te storten, zodat het enigszins buiten de risicosfeer blijft.

Uw werknemers’ loon of beloningscomponenten
Onkostenvergoedingen en declaraties moesten al beoordeeld worden, er kan niet zoveel meer, bij twijfel loon met eindheffing aangeven in de werkkostenregeling. Per 1 januari 2016 komt daarbij dat rentevoordeel op personeelsleningen tot het loon moet worden gerekend. Uiteraard blijft de aftrek in de LB voor de werknemer in stand en om extra loon(afdracht) te voorkomen, is het wellicht haalbaar om de rente naar een zakelijk niveau te brengen. Netto zou er dan niet zoveel achteruitgang bij de werknemer zijn, terwijl uw loonkosten binnen de perken blijven. Het rentevoordeel mag overigens niet worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de werkkostenregeling.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap tussen echtgenoten te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook