Header achtergrond
Header achtergrond

Eerste Kamer akkoord met afschaffing VAR na toezeggingen Wiebes

30-01-2016

Staatssecretaris Wiebes is er in geslaagd zijn wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie door de Eerste Kamer te loodsen, althans het verzet is gebroken. Alleen D'66, bij monde van senator Alexander Rinnooy Kan, blijft tegen. Overleg met polderaars VNO-NCW, MKB Nederland en aantal ZZP-organisaties, die nog geen 10% van de ZZP'ers als achterban hebben, heeft een brief van Wiebes opgeleverd, die kennelijk voldoende duidelijkheid opleverde voor SP en CDA, die aanvankelijk tegen waren. Daarmee is een meerderheid een feit en wordt de VAR afgeschaft. De brief geeft aan dat de Belastingdienst voor 5 jaar gemuilkorfd wordt, mits partijen zich houden aan wat in een gezamenlijk opgesteld en door de ZZP'er en de opdrachtgever te tekenen modelcontract staat. Geen controle dus bij ZZP'ers en opdrachtgevers. De brief lijkt de opdrachtgever en ZZP'er vrij te stellen, dus geen risico voor de opdrachtgever. De nieuwe wet wordt al bij voorbaat ontdaan van de angel … of toch niet. Wederom een kritische noot.

Inmiddels staat de brief op internet, aan Wiebes’ intenties moeten we niet twijfelen, zo schrijft hij. Er mag geen “door onzekerheid gedreven terughoudendheid in de markt bestaan”. Hij vervolgt dat er een “gezamenlijk uitgewerkte aanpak” is, die uitgaat van een beperkt aantal modelovereenkomsten en als opdrachtgevers en ZZP'ers die sluiten, dan hebben zij zekerheid vooraf voor 5 jaar. Je moet je wel houden aan de overeenkomst, maar als je dit model volgt en je houdt je eraan, dan weet je zeker dat sprake is van een ZZP’er en niet van een werknemer. “Het probleem van schijnzelfstandigheid is hiermee structureel aangepakt. Onduidelijkheid bij contractering verdwijnt en handhaving verbetert.“

Bij goed lezen van de modelovereenkomsten en de toelichting in samenhang met de inhoud van de brief doemen er wat problemen op. Er is een algemene overeenkomst en enkele voor specifieke sectoren en situaties. Het overgrote deel van de relaties moet dus via maatwerk overeenkomsten worden geregeld. Dat zal wel gaan gebeuren, met name voor kwetsbare sectoren als de zorg, postbezorgers etc., maar dat gaat een stevige werklast opleveren bij de Belastingdienst. Een reactie binnen 6 weken zal wel niet haalbaar zijn. Verder is er in de brief niet zoveel geregeld en helaas biedt de brief geen duidelijkheid, die de opdrachtgever vrijwaart van risico, zoals de VAR dat bij behoorlijke uitvoering wel deed. Het enige dat deze brief oplevert, is dat simpele modelovereenkomsten kunnen worden gebruikt, die voor 5 jaar zekerheid zouden moeten opleveren, mits opdrachtgever en opdrachtnemer niet meer of anders zijn overeengekomen.

In de “mits” zit hem de kneep, dit is vragen om geduvel. De gezamenlijk opgestelde overeenkomsten zijn namelijk simpel en compact, maar daarmee ook hopeloos inadequaat. Dat blijkt al uit de toelichting, die nogal wat voorbehouden bevat. Het is onvermijdelijk dat er andere en aanvullende aanspraken zullen worden gemaakt. Dat gaat natuurlijk bij side-letter of mondeling, want je moet je immers aan de voorgeschreven tekst houden. Je krijgt dus de situatie dat partijen willens en wetens een overeenkomst opstellen en tekenen, die geen (volledige) weergave is van wat tussen hen werkelijk is afgesproken.

De brief geeft dus aanleiding om schijnconstructies aan te gaan en dat moet dan een situatie opleveren, die veronderstelde schijnzelfstandigheid “structureel aanpakt”. Wonderlijk dat in de Eerste Kamer alleen senator Alexander Rinnooy Kan lijkt te begrijpen, wat hier gebeurt. Marnix van Rij (CDA) was overigens wel zo bijdehand om een ruimere overgangstijd te vragen en te informeren bij Staatssecretaris Wiebes hoe hij zich de “handhaving” door de Belastingdienst precies voorstelt.

En dat is touché, want het is ondenkbaar dat de Belastingdienst zich met deze wetgeving door een brief van Wiebes voor 5 jaar zal laten muilkorven. Controle op de realiteit is natuurlijk volstrekt noodzakelijk en met een dikke miljoen ZZP'ers en meerdere contracten gedurende 5 jaar wordt dat nog wat. Wiebes snapt dat natuurlijk ook wel “Wij hebben besproken dat de positie van ondernemer en het ondernemerschap een gerechtvaardigde plek moet hebben in de handhavingsstrategie (…). Ik heb aangegeven dat ik er naar streef om deze aspecten in samenspraak met uw organisaties, op een werkbare manier mee te nemen in de verdere implementatie.“

De structurele aanpak door de Staatssecretaris van schijnconstructies leidt dus niet tot meer zekerheid en ook niet tot minder terughoudendheid bij controle en handhaving. En dan zijn we waar men wezen wil, strenge achteraf controle bij veronderstelde werkgevers, aansprakelijkheid en boetes bij opdrachtgevers, dat gaat het (M)KB merken, er is geen sprake van verminderd risico voor de opdrachtgever. Met een naheffingstermijn van 5 jaar, anoniementarief en boetes van 50% - 100% is het risico groot, risicomijdend gedrag is dus alleszins te verwachten.

Dat gedrag is al zichtbaar. Pay-rolling, bemiddelingsbureaus en de semi- en geheel illegale markt floreren, de freelancers bij de publieke omroep merken al, dat ze alleen nog maar via bemiddelingsbureaus worden ingehuurd, met veel lagere vergoedingen als gevolg.

De brief van de Staatssecretaris is een garantie voor 5 jaar, die niets voorstelt, niets oplost. En dat is vermoedelijk ook niet de bedoeling. De kern is dat de nieuwe wetgeving, die de VAR afschaft, inert tot meer lasten en meer risico en aansprakelijkheid moet leiden voor ondernemers en ZZP'ers. Zij waren te goedkoop, betalen te weinig belasting en dragen niet bij aan de sociale zekerheid. De goedkope ZZP'er holt de sociale zekerheid uit en is slecht voor de belastinginkomsten, die ZZP'ers moeten dus duurder worden. Zo moet de duurdere werknemer en de afdracht van belasting en premies worden beschermd. De bedoeling is niet om het makkelijker te maken voor ondernemers, men wil gewoon de VAR-bescherming voor ondernemers niet meer. Met het opzetten van een cao-achtig systeem inclusief vakbonden, als FNV zelfstandigen, die centraal arbeidsvoorwaardenoverleg voeren, kunnen aanvullende eisen worden opgenomen in de modelovereenkomsten. Die worden vervolgens de facto “algemeen verbindend” want opdrachtgevers laten het natuurlijk wel uit hun hoofd om daarvan af te wijken en dan de Belastingdienst op bezoek te krijgen voor intensieve loonbelastingcontroles van henzelf en de keten. Zo heeft dat gewerkt bij de WKR-regeling, die de onkostenvergoedingen heeft afgeschaft, zo werkt dat hier en zo krijgen we de ZZP'ers weer in collectief gareel. In de modelovereenkomsten voor de bouw is dat al te zien, daar is al een regeling voor ongevallenverzekering opgenomen en is de aansprakelijkheid dwingend geregeld, de volgende stap is minimumvergoeding en verplichte bijdragen aan collectieve voorzieningen.

Deze wetgeving is een stap op weg naar meer contribuanten aan collectieve voorzieningen, meer deelnemers moeten de lage rendementen door de lage rente en toegenomen verplichtingen financieren. Dit alles is in lijn met de plannen 2013 van de Commissie Van Dijkhuizen voor belastingherziening. Er was volgens die commissie geen reden om fiscale voordelen voor ondernemers te handhaven, werknemers, ambtenaren en ondernemers moeten evenveel belasting gaan betalen, wat dan wel tot verlaging van lasten voor iedereen zou hebben moeten leiden. Dat was echter in een andere tijd, toen kregen we nog rente op spaargeld en pensioenkapitaal en verkochten we nog voor 15 mld per jaar aardgas, hoe anders is het nu. Het gaat er nu om een duur collectief systeem te restaureren, dat gaan ondernemers en ZZP'ers merken. Die brief van Wiebes en 5 jaar niet controleren, past helemaal niet, daar komt dus ook geen klap van terecht.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon Door Wijnkamp Keulers op 12-01-2018

    Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

    Fiscalisten en politiek

    De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

    Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

    Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

    De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

    We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

    Nieuwe auto's in 2018:

    De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

    Spaargeld:

    Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

    Algemene heffingskorting en aftrekposten:

    De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

    MKB versus grootbedrijf:

    De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

    Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

    Keep it simple

    De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

    Lees verder
  • Minder dan 5% van de aandelen, toch belaste winst op aandelen bij lucratief belang Door Wijnkamp Keulers op 24-11-2017

    Bij aandelenparticipatie wordt nogal eens gekozen voor een belang van minder dan 5%. De veronderstelling is dan dat de aangroei van de waarde van aandelen onbelast is, omdat over de waarde in box 3 wordt betaald. Vooral jonge bedrijven en jongere werknemers, ZZP'ers en ondernemers maken hiervan gebruik. De wetgever heeft gemeend via loon of resultaat uit overig werk toch te moeten belasten. Het komt er op neer dat als u een voordeel behaalt dat is terug te voeren op persoonlijke kwaliteiten of werkzaamheden ook bij een niet aanmerkelijk belang (< 5%) het voordeel als inkomen kan worden belast. Het gaat om niet beursgenoteerde vennootschappen, dus alleen het MKB heeft hier last van.

    MKB, op achterstand

    Vooral bij innovatieve ondernemingen en jonge ondernemers is vaak aan de orde dat er weinig geld is voor lonen en salarissen. Het geld zal pas op langere termijn binnenkomen zonder enige garantie op succes. De grote klapper, te weten verkoop aan een grote marktpartij of eigen exploitatie, is de drijvende factor. Financiers zijn moeilijk te vinden, als ze al willen dan is een logische voorwaarde dat de investering niet opgaat aan "eten en drinken", te weten hoge salarissen. Die moeten dus zo laag mogelijk zijn. Dat is tegen de zin van het Ministerie van Financiën, dat wil tenminste € 45.000 gebruikelijk brutoloon zien, uitzonderingen daargelaten.

    Heffen van belasting staat voorop

    Een ieder, die een aanmerkelijk belang (5% of meer) heeft in een BV en werkzaamheden verricht in die BV, moet zich een gebruikelijk loon toekennen van ca € 45.000. Bij zes aandeelhoudende nerds is dat dus alleen al aan brutoloon zonder bijkomende lasten van € 270.000 per jaar. Dat roomt flink af, belemmert dus groei en innovatie van vooral jonge kleine bedrijven. Recent overleg van het Ministerie van EZ met het Ministerie van Financiën om het probleem van uitstromende liquide middelen door fiscale afroming opgelost te krijgen, had het voorspelbare resultaat … Financiën geeft, behoudens een wat halfslachtige startersregeling en verlaging van het gebruikelijk loon bij financiële problemen, geen ruimte.

    Niet het enige probleem

    Niet alleen bij een aanmerkelijk belang (> 5%) zijn er problemen. Minder dan 5% van de aandelen hebben en dus geen aanmerkelijk belang hebben, leek een goede oplossing. Helaas … ook dit gaat niet meer op. Sinds januari 2009 (crisismaatregel) wordt de aangroei van de waarde van aandelen in een minderheidspakket (< 5%) belast als inkomen in box 1 als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden.

    1. Het objectief verwachte rendement van de vermogensbestanddelen is hoger dan normaal, in verhouding tot het geïnvesteerd vermogen of tot het feitelijk gelopen risico.

    2. Reguliere beleggers kunnen deze voordelen niet krijgen

    3. Er is een relatie tussen de waardeontwikkeling van deze vermogensbestanddelen en het werk van de aandeelhouder, bij aandelen komt dit alleen voor bij niet-beursgenoteerde aandelen.

    Er zijn nog wat meer voorwaarden, aan slechts één daarvan hoeft te worden voldaan om te kunnen heffen. Als sprake is van aandelen, die in de winstdeling zijn achtergesteld of die minder dan 10% van het nominaal geplaatste kapitaal uitmaken of tenminste 15% dividendrecht hebben, dan is sprake van een lucratief belang. Bij vergelijkbare rechten of vorderingen geldt een soortgelijke regeling en ook kwijtschelden van een schuld kan belastbaar inkomen opleveren.

    Aangeven of vooroverleg

    Als sprake is van zo'n "buitengewone beloning", dan is deze aan te geven als winst uit onderneming, loon, winst uit aanmerkelijk belang (5% of meer) of inkomsten uit overig werk, al naar gelang de feitelijke situatie. Het initiatief tot aangifte IB ligt dus bij de belastingplichtige. Dat betekent dat vooroverleg of overleg na de aangifte ("gezeur met de inspecteur") onvermijdelijk is. Niettemin, niet verzwijgen … want er zijn al gerechtelijke procedures gevoerd en niet aangeven kan tot flinke problemen, waaronder boetes, leiden.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon Door Wijnkamp Keulers op 12-01-2018

    Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

    Fiscalisten en politiek

    De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

    Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

    Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

    De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

    We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

    Nieuwe auto's in 2018:

    De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

    Spaargeld:

    Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

    Algemene heffingskorting en aftrekposten:

    De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

    MKB versus grootbedrijf:

    De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

    Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

    Keep it simple

    De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

    Lees verder
  • Landbouwmaatregelen nieuwe kabinet Door Wijnkamp Keulers op 13-10-2017

    De invloed van CDA en CU is zichtbaar. Het lijkt erop dat ondanks verzet van VVD en D'66 er toch weer een Minister van Landbouw komt. Terecht voor een echte top-sector, exportkampioen en leverancier van goed en veilig voedsel. Een eigen minister is noodzakelijk om milieubeleid en landbouweconomisch beleid evenwichtig te integreren, dat kan alleen met een eigen minister. Een overzicht van de maatregelen.

    200 miljoen voor sanering in de varkenshouderij, NVWA-organisatie krijgt 20 miljoen voor versterking van de organisatie. Het groen-onderwijs gaat weer naar OCW. De bedrijfsopvolging wordt gestimuleerd met 75 miljoen in 2018 en 75 miljoen in 2019, faciliteiten als de BOR blijven in stand. Samenwerkingsmogelijkheden in de Mededingingswet worden verruimd, er wordt gekeken naar de mogelijkheid om sectorale afspraken te kunnen maken. Geen wettelijk verplichte weidegang. Klimaatdoelstellingen mogen in plaats van via volumebeperkingen, ook met technische maatregelen worden bereikt. Niettemin zal de landbouw ook last hebben van het verhoogde BTW tarief van 9%, die drukt op het eindproduct in de winkels. De ACM daarentegen zal erop toezien dat producenten, die voldoen aan bovenwettelijke eisen van afnemers, supermarkten, daarvoor ook meer betaald krijgen, dat levert dan natuurlijk wel meer BTW-druk op en zo zie je dat de maatregelen elkaar tegenwerken.

    De beperking en afschaffing van ondernemersaftrek zal de agrarische sector flink geld gaan kosten, daar kan geen tariefsverlaging tegenop.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook