Header achtergrond
Header achtergrond

Eerste Kamer akkoord met afschaffing VAR na toezeggingen Wiebes

30-01-2016

Staatssecretaris Wiebes is er in geslaagd zijn wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie door de Eerste Kamer te loodsen, althans het verzet is gebroken. Alleen D'66, bij monde van senator Alexander Rinnooy Kan, blijft tegen. Overleg met polderaars VNO-NCW, MKB Nederland en aantal ZZP-organisaties, die nog geen 10% van de ZZP'ers als achterban hebben, heeft een brief van Wiebes opgeleverd, die kennelijk voldoende duidelijkheid opleverde voor SP en CDA, die aanvankelijk tegen waren. Daarmee is een meerderheid een feit en wordt de VAR afgeschaft. De brief geeft aan dat de Belastingdienst voor 5 jaar gemuilkorfd wordt, mits partijen zich houden aan wat in een gezamenlijk opgesteld en door de ZZP'er en de opdrachtgever te tekenen modelcontract staat. Geen controle dus bij ZZP'ers en opdrachtgevers. De brief lijkt de opdrachtgever en ZZP'er vrij te stellen, dus geen risico voor de opdrachtgever. De nieuwe wet wordt al bij voorbaat ontdaan van de angel … of toch niet. Wederom een kritische noot.

Inmiddels staat de brief op internet, aan Wiebes’ intenties moeten we niet twijfelen, zo schrijft hij. Er mag geen “door onzekerheid gedreven terughoudendheid in de markt bestaan”. Hij vervolgt dat er een “gezamenlijk uitgewerkte aanpak” is, die uitgaat van een beperkt aantal modelovereenkomsten en als opdrachtgevers en ZZP'ers die sluiten, dan hebben zij zekerheid vooraf voor 5 jaar. Je moet je wel houden aan de overeenkomst, maar als je dit model volgt en je houdt je eraan, dan weet je zeker dat sprake is van een ZZP’er en niet van een werknemer. “Het probleem van schijnzelfstandigheid is hiermee structureel aangepakt. Onduidelijkheid bij contractering verdwijnt en handhaving verbetert.“

Bij goed lezen van de modelovereenkomsten en de toelichting in samenhang met de inhoud van de brief doemen er wat problemen op. Er is een algemene overeenkomst en enkele voor specifieke sectoren en situaties. Het overgrote deel van de relaties moet dus via maatwerk overeenkomsten worden geregeld. Dat zal wel gaan gebeuren, met name voor kwetsbare sectoren als de zorg, postbezorgers etc., maar dat gaat een stevige werklast opleveren bij de Belastingdienst. Een reactie binnen 6 weken zal wel niet haalbaar zijn. Verder is er in de brief niet zoveel geregeld en helaas biedt de brief geen duidelijkheid, die de opdrachtgever vrijwaart van risico, zoals de VAR dat bij behoorlijke uitvoering wel deed. Het enige dat deze brief oplevert, is dat simpele modelovereenkomsten kunnen worden gebruikt, die voor 5 jaar zekerheid zouden moeten opleveren, mits opdrachtgever en opdrachtnemer niet meer of anders zijn overeengekomen.

In de “mits” zit hem de kneep, dit is vragen om geduvel. De gezamenlijk opgestelde overeenkomsten zijn namelijk simpel en compact, maar daarmee ook hopeloos inadequaat. Dat blijkt al uit de toelichting, die nogal wat voorbehouden bevat. Het is onvermijdelijk dat er andere en aanvullende aanspraken zullen worden gemaakt. Dat gaat natuurlijk bij side-letter of mondeling, want je moet je immers aan de voorgeschreven tekst houden. Je krijgt dus de situatie dat partijen willens en wetens een overeenkomst opstellen en tekenen, die geen (volledige) weergave is van wat tussen hen werkelijk is afgesproken.

De brief geeft dus aanleiding om schijnconstructies aan te gaan en dat moet dan een situatie opleveren, die veronderstelde schijnzelfstandigheid “structureel aanpakt”. Wonderlijk dat in de Eerste Kamer alleen senator Alexander Rinnooy Kan lijkt te begrijpen, wat hier gebeurt. Marnix van Rij (CDA) was overigens wel zo bijdehand om een ruimere overgangstijd te vragen en te informeren bij Staatssecretaris Wiebes hoe hij zich de “handhaving” door de Belastingdienst precies voorstelt.

En dat is touché, want het is ondenkbaar dat de Belastingdienst zich met deze wetgeving door een brief van Wiebes voor 5 jaar zal laten muilkorven. Controle op de realiteit is natuurlijk volstrekt noodzakelijk en met een dikke miljoen ZZP'ers en meerdere contracten gedurende 5 jaar wordt dat nog wat. Wiebes snapt dat natuurlijk ook wel “Wij hebben besproken dat de positie van ondernemer en het ondernemerschap een gerechtvaardigde plek moet hebben in de handhavingsstrategie (…). Ik heb aangegeven dat ik er naar streef om deze aspecten in samenspraak met uw organisaties, op een werkbare manier mee te nemen in de verdere implementatie.“

De structurele aanpak door de Staatssecretaris van schijnconstructies leidt dus niet tot meer zekerheid en ook niet tot minder terughoudendheid bij controle en handhaving. En dan zijn we waar men wezen wil, strenge achteraf controle bij veronderstelde werkgevers, aansprakelijkheid en boetes bij opdrachtgevers, dat gaat het (M)KB merken, er is geen sprake van verminderd risico voor de opdrachtgever. Met een naheffingstermijn van 5 jaar, anoniementarief en boetes van 50% - 100% is het risico groot, risicomijdend gedrag is dus alleszins te verwachten.

Dat gedrag is al zichtbaar. Pay-rolling, bemiddelingsbureaus en de semi- en geheel illegale markt floreren, de freelancers bij de publieke omroep merken al, dat ze alleen nog maar via bemiddelingsbureaus worden ingehuurd, met veel lagere vergoedingen als gevolg.

De brief van de Staatssecretaris is een garantie voor 5 jaar, die niets voorstelt, niets oplost. En dat is vermoedelijk ook niet de bedoeling. De kern is dat de nieuwe wetgeving, die de VAR afschaft, inert tot meer lasten en meer risico en aansprakelijkheid moet leiden voor ondernemers en ZZP'ers. Zij waren te goedkoop, betalen te weinig belasting en dragen niet bij aan de sociale zekerheid. De goedkope ZZP'er holt de sociale zekerheid uit en is slecht voor de belastinginkomsten, die ZZP'ers moeten dus duurder worden. Zo moet de duurdere werknemer en de afdracht van belasting en premies worden beschermd. De bedoeling is niet om het makkelijker te maken voor ondernemers, men wil gewoon de VAR-bescherming voor ondernemers niet meer. Met het opzetten van een cao-achtig systeem inclusief vakbonden, als FNV zelfstandigen, die centraal arbeidsvoorwaardenoverleg voeren, kunnen aanvullende eisen worden opgenomen in de modelovereenkomsten. Die worden vervolgens de facto “algemeen verbindend” want opdrachtgevers laten het natuurlijk wel uit hun hoofd om daarvan af te wijken en dan de Belastingdienst op bezoek te krijgen voor intensieve loonbelastingcontroles van henzelf en de keten. Zo heeft dat gewerkt bij de WKR-regeling, die de onkostenvergoedingen heeft afgeschaft, zo werkt dat hier en zo krijgen we de ZZP'ers weer in collectief gareel. In de modelovereenkomsten voor de bouw is dat al te zien, daar is al een regeling voor ongevallenverzekering opgenomen en is de aansprakelijkheid dwingend geregeld, de volgende stap is minimumvergoeding en verplichte bijdragen aan collectieve voorzieningen.

Deze wetgeving is een stap op weg naar meer contribuanten aan collectieve voorzieningen, meer deelnemers moeten de lage rendementen door de lage rente en toegenomen verplichtingen financieren. Dit alles is in lijn met de plannen 2013 van de Commissie Van Dijkhuizen voor belastingherziening. Er was volgens die commissie geen reden om fiscale voordelen voor ondernemers te handhaven, werknemers, ambtenaren en ondernemers moeten evenveel belasting gaan betalen, wat dan wel tot verlaging van lasten voor iedereen zou hebben moeten leiden. Dat was echter in een andere tijd, toen kregen we nog rente op spaargeld en pensioenkapitaal en verkochten we nog voor 15 mld per jaar aardgas, hoe anders is het nu. Het gaat er nu om een duur collectief systeem te restaureren, dat gaan ondernemers en ZZP'ers merken. Die brief van Wiebes en 5 jaar niet controleren, past helemaal niet, daar komt dus ook geen klap van terecht.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Wel of niet bedrijfsvermogen, let op bij beleggen vanuit BV en onderneming Door Wijnkamp Keulers op 19-05-2017

    De BV en de onderneming zijn tot ergernis van het Ministerie van Financiën steeds meer in gebruik om aan de verafschuwde box 3 heffingen te ontkomen. Voor velen is de gedachte mogelijkheid om het verlies uit niet terugbetaalde leningen van winst te kunnen afboeken eveneens aantrekkelijk. Ook het kunnen toepassen van de zogenaamde BOR (bedrijfsopvolgingsregelingen) om zo betalen van erfbelasting en schenkbelasting te kunnen voorkomen, is aantrekkelijk. Niettemin wordt steeds meer duidelijk dat lang niet alle verstrekte financieringen als bedrijfsvermogen kunnen gelden. Het moet gaan om financieringen die passen in de onderneming en niet riskanter dan gebruikelijk zijn en er moet niet alleen maar sprake zijn van normaal vermogensbeheer met overtollige liquide middelen, die langer vaststaan.

    Hof Den Bosch
    Het ging hier om een tandarts, die kennelijk zijn broer wilde helpen en zijn hulp verpakte in de vorm van een lening. De broer had 75% van de aandelen in een BV, die een visverwerkingsbedrijf exploiteerde, de zaken gingen kennelijk slecht. De tandarts betaalde wat rekeningen van de BV en leende verder aan de broer € 500.000. In eerste instantie nam de tandarts de vordering op zijn broer en diens BV op in box 3, toen de BV failliet ging claimde de tandarts dat het eigenlijk ondernemingsvermogen was geweest en dat het verlies door niet terugbetaling aftrekbaar was. De rechtbank Zeeland West Brabant vond dat er gewoon box 3 vermogensbeheer was geweest, de aanvankelijke keuze voor box 3 was daar vermoedelijk mede debet aan. Het Hof Den Bosch was het daarmee eens.

    Kan het helemaal niet?
    Jawel, maar het moet wel passen binnen de normale ondernemingsactiviteiten en er moet meer gebeuren dan alleen beleggen. Vooral bij BV’s met alleen exploitatie van onroerende zaken of beleggingen begint de Belastingdienst moeilijk te doen. Weliswaar is box 3 dan niet direct aan de orde, maar waarderingsvraagstukken, gebruikelijk loon en niet toepasselijk zijn van BOR en ondernemingsfaciliteiten leveren gedoe op. Het eerst onderbrengen in box 3 en daarna claimen dat het toch ondernemingsvermogen was, is natuurlijk niet handig, goed plannen en een heldere intentie en uitvoering helpt beter.


    Hof Den Bosch 17 maart 2017; ECLI:NL:GHSHE:2017:1065

    Lees verder
  • Beleggingen binnen een BV met onderneming, vallen niet onder bedrijfsopvolgingsfaciliteit, … of toch wel? Door Wijnkamp Keulers op 21-04-2017

    De rechtbank Den Haag heeft voor de verkrijging door erfgenamen van aandelen in een Beheer BV, die een stoomschip heeft opgebouwd en exploiteert, beslist dat het stoomschip geen ondernemingsactiviteit betrof. Dit ondanks het feit dat Beheer BV 100% aandeelhouder was van een dochter BV, die zich bezighield met onderhoud en verhuur van stoomketels, wat wel als ondernemingsactiviteit werd aangemerkt. Het lijkt er echter op dat de rechtbank ook ruimte geeft voor een iets slimmere manier van exploiteren, althans dat met betere onderbouwing van standpunten, er wel sprake zou kunnen zijn van ondernemingsactiviteit en dus toepassing van de BOR. Plannen en goed procederen is dus noodzaak en geen overbodige luxe.

    DGA overleden
    De betreffende DGA had kennelijk 100% van de aandelen in een Holding BV, die naast het houden van aandelen in een dochtervennootschap, die handel en onderhoud in stoomketels verrichtte, een stoomschip gedurende 10 jaar had opgeknapt en er flink in had geïnvesteerd (ca 8 mio in een periode van 10 jaar). Het schip was uiteindelijk nog niet helemaal af, maar werd al wel tegen enige betaling als museumschip en uithangbord voor het bedrijf van de dochter BV ingezet. Het stoomschip en de daarvoor bestemde liquide middelen bedroegen op de overlijdensdatum 85% van het vermogen van de beheermaatschappij. De aandelen werden geërfd door de echtgenoot, die deed een beroep op de BOR, de waarde van de aandelen was ca € 2,1 mio.
    Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur de aanwezige liquide middelen ter afbouw van het schip en het schip zelve als belegging aangemerkt en deze niet onder de BOR laten vallen. De vraag speelt of een in eigen beheer opgebouwd stoomschip ondernemingsvermogen vormt en derhalve recht bestaat op toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij de verkrijging van de aandelen.

    Rechtbank Den Haag
    Rechtbank Den Haag overweegt dat beoordeeld moet worden of op de overlijdensdatum de exploitatie van het schip deel uitmaakte van de materiële onderneming van de dochtervennootschap of op zichzelf als het drijven van een materiële onderneming kan worden aangemerkt binnen Beheer BV. In Beheer BV is geen sprake van een ondernemingsexploitatie volgens de rechtbank. De bouw van het schip met de hiervoor bedoelde loods en het verkrijgen van vergunningen heeft ongeveer tien jaar geduurd en kostte circa € 8 mio. Het schip is vooral gebruikt als museumschip voor recreatieve vaart. Dit gebruik kan bedrijfsmatig zijn, maar gezien de hiermee behaalde opbrengsten is geen sprake van een kostendekkende exploitatie, ook in de toekomst zal er dik geld bij moeten naar verwachting. De rechtbank vond dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat met de exploitatie winst werd beoogd of redelijkerwijs kon worden verwacht. De rechtbank oordeelt daarom dat het stoomschip niet op zichzelf als een bedrijfsmatige activiteit kan worden aangemerkt binnen Beheer BV.

    Ook toerekening aan de onderneming van de dochter was niet aan de orde. De dochter houdt zich bezig met weliswaar de handel in - en verhuur van- stoomketels, maar hoe het stoomschip hierin past, is niet duidelijk gemaakt door de belanghebbende echtgenoot. Dat de ketel van het schip wordt gebruikt voor het testen en ontwikkelen van nieuwe brandstoffen, het schip wordt ingezet bij het reinigen van schepen en bij het repareren van defecte stoomketels en als zodanig een verlengstuk van de onderneming vormt, is door belanghebbende niet voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat als dit al tot bruikbare resultaten in de toekomst kan leiden, deze activiteiten voldoende opbrengsten genereren en onderdeel uitmaken van de bestaande onderneming. Omdat het schip niet tot het ondernemingsvermogen van beheer behoort, valt de waarde daarvan en de voor de afbouw beschikbare liquide middelen niet onder de BOR.

    Welke voorzet geeft de rechtbank
    Belanghebbende had aannemelijk moeten maken dat het stoomschip op zichzelf als een bedrijfsmatige activiteit kan worden aangemerkt, dan wel wordt gebruikt als verlengstuk van de onderneming van de dochter. Het gaat er dus om, om de functie van het stoomschip voor de handel van de dochtermaatschappij duidelijker te maken en/of de exploitatie van het schip zelve bedrijfsmatiger op te zetten.

    Gedacht kan worden aan het gebruik als schip primair bestemd voor opleiding en cursussen, als examenschip, als schip gebruikt voor het reinigen van schepen, het repareren van defecte stoomketels, als sleepboot, als onderzoeksschip, partyschip etc. Al die activiteiten bij elkaar, en in combinatie met de dochter BV (samenwerkingsovereenkomst, de dochter betaalt mee ...) moeten enige uitzicht op winst geven.

    Geldt voor alle beheermaatschappijen
    Er lijkt met betere planning, betere regelingen tussen dochter BV en Beheer BV en ietsje slimmer procederen een beter resultaat haalbaar te zijn geweest. In hoger beroep de zaak wat beter presenteren moet dus sowieso in dit soort gevallen, maar daarnaast helpt de zaken vooraf beter inkleuren natuurlijk veel meer. Als je alles tijdens de beroepsprocedure nog moet verzinnen, ben je als cliënt en adviseur gewoon te laat. De les is er voor alle DGA’s met beheermaatschappijen met panden en andere vermogensbestanddelen (belegde pensioenreserves), die ook in box 3 door particulieren worden belegd. Zorg voor voldoende activiteit en maak dat aannemelijk. Kortom pleeg onderhoud aan je BV. Eigenwijs gepruts in de marge en bezuinigen op je adviseurs kost geld en dat is in veel gevallen te vermijden.

    Rechtbank Den Haag van 9 maart 2017 (nr. 16/1684, ECLI:NL:RBDHA:2017:3400)

    Lees verder

Agro nieuws

  • Beleggingen binnen een BV met onderneming, vallen niet onder bedrijfsopvolgingsfaciliteit, … of toch wel? Door Wijnkamp Keulers op 21-04-2017

    De rechtbank Den Haag heeft voor de verkrijging door erfgenamen van aandelen in een Beheer BV, die een stoomschip heeft opgebouwd en exploiteert, beslist dat het stoomschip geen ondernemingsactiviteit betrof. Dit ondanks het feit dat beheer BV 100% aandeelhouder was van een dochter BV, die zich bezighield met onderhoud en verhuur van stoomketels, wat wel als ondernemingsactiviteit werd aangemerkt. Het lijkt er echter op dat de rechtbank ook ruimte geeft voor een iets slimmere manier van exploiteren, althans dat met betere onderbouwing van standpunten, er wel sprake zou kunnen zijn van ondernemingsactiviteit en dus toepassing van de BOR. Plannen en goed procederen is dus noodzaak en geen overbodige luxe.

    DGA overleden
    De betreffende DGA had kennelijk 100% van de aandelen in een Holding BV, die naast het houden van aandelen in een dochtervennootschap, die handel en onderhoud in stoomketels verrichtte, een stoomschip gedurende 10 jaar had opgeknapt en er flink in had geïnvesteerd (ca 8 mio in een periode van 10 jaar). Het schip was uiteindelijk nog niet helemaal af, maar werd al wel tegen enige betaling als museumschip en uithangbord voor het bedrijf van de dochter BV ingezet. Het stoomschip en de daarvoor bestemde liquide middelen bedroegen op de overlijdensdatum 85% van het vermogen van de beheermaatschappij. De aandelen werden geërfd door de echtgenoot, die deed een beroep op de BOR, de waarde van de aandelen was ca € 2,1 mio.
    Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur de aanwezige liquide middelen ter afbouw van het schip en het schip zelve als belegging aangemerkt en deze niet onder de BOR laten vallen. De vraag speelt of een in eigen beheer opgebouwd stoomschip ondernemingsvermogen vormt en derhalve recht bestaat op toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij de verkrijging van de aandelen.

    Rechtbank Den Haag
    Rechtbank Den Haag overweegt dat beoordeeld moet worden of op de overlijdensdatum de exploitatie van het schip deel uitmaakte van de materiële onderneming van de dochtervennootschap of op zichzelf als het drijven van een materiële onderneming kan worden aangemerkt binnen Beheer BV. In Beheer BV is geen sprake van een ondernemingsexploitatie volgens de rechtbank. De bouw van het schip met de hiervoor bedoelde loods en het verkrijgen van vergunningen heeft ongeveer tien jaar geduurd en kostte circa € 8 mio. Het schip is vooral gebruikt als museumschip voor recreatieve vaart. Dit gebruik kan bedrijfsmatig zijn, maar gezien de hiermee behaalde opbrengsten is geen sprake van een kostendekkende exploitatie, ook in de toekomst zal er dik geld bij moeten naar verwachting. De rechtbank vond dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat met de exploitatie winst werd beoogd of redelijkerwijs kon worden verwacht. De rechtbank oordeelt daarom dat het stoomschip niet op zichzelf als een bedrijfsmatige activiteit kan worden aangemerkt binnen Beheer BV.

    Ook toerekening aan de onderneming van de dochter was niet aan de orde. De dochter houdt zich bezig met weliswaar de handel in - en verhuur van- stoomketels, maar hoe het stoomschip hierin past, is niet duidelijk gemaakt door de belanghebbende echtgenoot. Dat de ketel van het schip wordt gebruikt voor het testen en ontwikkelen van nieuwe brandstoffen, het schip wordt ingezet bij het reinigen van schepen en bij het repareren van defecte stoomketels en als zodanig een verlengstuk van de onderneming vormt, is door belanghebbende niet voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt. Ook is onvoldoende onderbouwd dat als dit al tot bruikbare resultaten in de toekomst kan leiden, deze activiteiten voldoende opbrengsten genereren en onderdeel uitmaken van de bestaande onderneming. Omdat het schip niet tot het ondernemingsvermogen van beheer behoort, valt de waarde daarvan en de voor de afbouw beschikbare liquide middelen niet onder de BOR.

    Welke voorzet geeft de rechtbank
    Belanghebbende had aannemelijk moeten maken dat het stoomschip op zichzelf als een bedrijfsmatige activiteit kan worden aangemerkt, dan wel wordt gebruikt als verlengstuk van de onderneming van de dochter. Het gaat er dus om, om de functie van het stoomschip voor de handel van de dochtermaatschappij duidelijker te maken en/of de exploitatie van het schip zelve bedrijfsmatiger op te zetten.

    Gedacht kan worden aan het gebruik als schip primair bestemd voor opleiding en cursussen, als examenschip, als schip gebruikt voor het reinigen van schepen, het repareren van defecte stoomketels, als sleepboot, als onderzoeksschip, partyschip etc. Al die activiteiten bij elkaar, en in combinatie met de dochter BV (samenwerkingsovereenkomst, de dochter betaalt mee ...) moeten enige uitzicht op winst geven.

    Geldt voor alle beheermaatschappijen
    Er lijkt met betere planning, betere regelingen tussen dochter BV en Beheer BV en ietsje slimmer procederen een beter resultaat haalbaar te zijn geweest. In hoger beroep de zaak wat beter presenteren moet dus sowieso in dit soort gevallen, maar daarnaast helpt de zaken vooraf beter inkleuren natuurlijk veel meer. Als je alles tijdens de beroepsprocedure nog moet verzinnen, ben je als cliënt en adviseur gewoon te laat. De les is er voor alle DGA’s met beheermaatschappijen met panden en andere vermogensbestanddelen (belegde pensioenreserves), die ook in box 3 door particulieren worden belegd. Zorg voor voldoende activiteit en maak dat aannemelijk. Kortom pleeg onderhoud aan je BV. Eigenwijs gepruts in de marge en bezuinigen op je adviseurs kost geld en dat is in veel gevallen te vermijden.

    Rechtbank Den Haag van 9 maart 2017 (nr. 16/1684, ECLI:NL:RBDHA:2017:3400)

    Lees verder
  • Actualiteiten land- en tuinbouw Door Wijnkamp Keulers op 17-01-2017

    Inhuur ZZP'ers blijft riskant
    Met het afschaffen van de VAR loopt de opdrachtgever meer risico bij inhuur van zelfstandigen. De opschorting van de Wet DBA biedt niet veel zekerheid, de VAR is daarmee niet terug. Het gebruik van modelovereenkomsten van de Belastingdienst, die LTO heeft laten goedkeuren, en goed opletten dat er niet toch een arbeidsovereenkomst wordt geconstateerd, is de enige bruikbare weg.

    Verkoop land onder voorbehoud van (reguliere) pacht fiscaal aantrekkelijk
    Verkoop van eigendomsgrond onder voorbehoud van pacht kan het fiscaal ondernemingsvermogen aanzienlijk verminderen. Als er geen opvolgers zijn, kan op deze wijze toch een aanzienlijk fiscaal voordeel worden behaald, het gemis van de BOR kan in combinatie met gefaseerd schenken tot zeer aanzienlijke besparingen in de IB en erfbelasting leiden. Zelf regie houden en niet afhankelijk zijn van de kinderen, is voor veel ouders essentieel. Ook een onverwachte echtscheiding bij een van de kinderen mag geen probleem worden. Let op met familiestichtingen en fictief legaat, ga niet alleen bij de notaris of de accountant te rade, want de fiscale- en juridische uitwerkingen zijn niet voor iedereen doenlijk.

    Bedrijfsopvolging
    De BOR (bedrijfsopvolgingsregeling) heeft zijn langste tijd wel gehad en in combinatie met een mogelijke verhoging van het tarief in de erfbelasting dreigt een aanzienlijke verslechtering. Alle reden om nu actie te ondernemen. Ook voor ondernemers, die geen opvolgers hebben, geldt dit. Bij landbouwers en andere ondernemers met fors eigen vermogen is er bijzondere aandacht voor de schulden in de onderneming, worden die mee overgenomen dan is er een hogere grondslag voor de BOR op grond van een wettelijke bepaling, dit in tegenstelling tot leningen die zelf worden aangegaan, die vallen daar niet onder (HR 12 juli 2013).

    Geen landbouwregeling btw meer per 1 januari 2018
    De landbouwregeling in de btw gaat verdwijnen. Per 1 januari 2018 gaan alle landbouwers de btw in.

    Pachter betaalt geen pacht
    Als een pachtovereenkomst niet schriftelijk is vastgelegd en ook niet is goedgekeurd door de Grondkamer, kan de niet betaalde, maar wel verschuldigde pacht, niet in rechte worden ingevorderd door de verpachter. Een verpachter zal eerst moeten zorgdragen voor schriftelijke vastlegging en goedkeuring van de pachtovereenkomst, voordat hij de pacht kan incasseren via de pachtrechter. De verjaringstermijn ter zake van het invorderen van de achterstallige pacht begint iedere keer op het afgesproken moment van betaling. Voor de verjaringstermijn is het niet van belang of de Grondkamer de pachtprijs bij goedkeuring eventueel naar boven of beneden vaststelt. Ook het tijdstip van goedkeuring van de pachtovereenkomst is niet van belang voor de aanvang van de verjaringstermijn, heeft het Hof Arnhem onlangs bepaald. 

    Dwing inspecteur tot een beslissing
    Soms duurt het wel erg lang voordat een inspecteur beslist op een ingediend bezwaarschrift. As een inspecteur er te lang over doet, dan is er een mogelijkheid om wat extra druk te zetten.
    Onlangs heeft het Hof Den Haag beslist dat de Belastingdienst € 1.260 aan dwangsom moest betalen, € 166 aan griffierecht en € 1.488 aan kostenvergoeding moest betalen aan een belanghebbende, die klaagde over het maar uitblijven van een beslissing op zijn bezwaarschrift. De inspecteur was in beroep gegaan tegen een eerdere beslissing van Rechtbank, die hem ook al ongelijk had gegeven.
    Als een inspecteur maar blijft talmen met het doen van uitspraak, is er een mogelijkheid om de Belastingdienst in gebreke te stellen. De inspecteur moet daarna dan binnen zes weken beslissen, doet hij dat niet, dan gaat een dwangsom lopen, die kan oplopen tot maximaal € 1.260. Ook is bij het verder voortduren van de weigering het mogelijk om rechtstreeks naar de rechter te gaan.

    Herwaardeer uw landbouwgrond
    Inmiddels is duidelijk dat herwaardering van landbouwgrond relatief eenvoudig kan plaatsvinden door inbreng in een maatschap of Vof, winstverdeling wijzigen of verkoop aan een BV i.o. te laten plaatsvinden. De laatste methode is ook een nog steeds probaat middel tegen onteigening voor een te lage prijs of tegen een dreigend gemeentelijk voorkeursrecht. Onteigeningen en vestiging van een voorkeursrecht zijn weer opportuun met het aantrekken van de woningmarkt. Let wel op toepassing van de BOR (bedrijfsopvolgingsregeling). Met een slechte regie kan een deel van de grond buiten de regeling gaan vallen.

    Bouwvergunning onherroepelijk, soms biedt het eigendomsrecht soelaas
    Inbreuk op eigendomsrechten van een derde is ook met een geldige bouwvergunning niet toegestaan. Een eigenaar van een vrijstaande woning zag tot zijn schrik dat een gemeente een vergunning had verleend voor een aanbouw, die geschakeld zou worden aan zijn woning en deels op zijn grond zou worden gebouwd. De gemeente had de publicatie plaats laten vinden zonder de omwonenden persoonlijk in te lichten, de bezwaartermijn was verlopen. Door de buurman te dreigen met juridische actie als op zijn eigendom inbreuk gemaakt zou worden kon de (aan)bouw worden voorkomen. Bij landbouwers zijn recht van uitpad en erfdienstbaarheden nogal eens spelbreker voor buren met bouwplannen. Check dus ook altijd de zakelijke rechten.

    Wie trekt de btw bij nieuwbouw af
    Bouwt u een nieuwe woning of stal en wilt u de btw aftrekken, kijk dan goed wie de eigenaar is van de onroerende zaak, wie opdrachtgever is en ten name van wie de facturen staan. Bij maatschappen en Vof's kan het fout gaan, ook bij echtelieden die niet in algehele gemeenschap zijn getrouwd kunnen problemen ontstaan. Let voor de IB op regelingen inzake ongebruikelijke ter beschikking stellingen en niet aftrek van rente. Privévermogen? Let dan op box 3 en toepassing BOR.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook