Header achtergrond
Header achtergrond

Hypotheekrenteaftrek eigen woning, Rechtbank Gelderland meet met ruime maatstaf

16-11-2016

Voor een in aanbouw zijnde villa op een landgoed heeft de rechter vastgesteld dat 95% van de lening als dienstbaar aan de (eigen) woning moest worden toegerekend, waarmee 95% van de rente en kosten aftrekbaar bleek. De fiscus ging uit van aanzienlijk minder, het scheelde ruim € 70.000 aftrekbare kosten in box 1. De rechter volgde de visie van de belanghebbende, dat de woning het belangrijkste object was en de mee aangekochte gronden daaraan ondergeschikt waren. De rechter volgde dat. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor eigenaren van landgoederen, die als zodanig fiscaal zijn gekwalificeerd, maar ook voor ondernemers met een BTW-bedrijfswoning, die als eigen woning in de IB is gekwalificeerd. Ook daar komen geschillen ter zake van de renteaftrek voor, als er bij de woning stukken grond zitten die niet in de onderneming worden gebruikt. Box 1 eigen woning is meestal voordeliger dan box 3. En vergeet de DGA niet, geen TBS, maar box 1.

Hoge Raad heeft al eerder de kaders geschapen

De rechtbank geeft in een heldere motivering exact de kaders aan, die voor de beoordeling van aanhorige gronden en gebouwen gelden. Het gaat om artikel 3:11 Wet IB 2001. Voor de uitleg van de vraag of een perceel als aanhorigheid van de eigen woning heeft te gelden, is het arrest van de Hoge Raad van 16 juli 1993 (BNB 1993/281) van belang. Uit dit arrest volgt dat er sprake is van een aanhorigheid, indien een perceel behoort bij de eigen woning, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is.

Feitelijke beoordeling telt

De rechtbank moest daarna een beoordeling geven wat nu precies dienstbaar is en wat niet, dat was bij het betreffende landgoed met ruim 9,5 ha grond te weten, een perceel grasland (8.060 m²), vijf percelen water (3.510 m²), een perceel grasland, kade en hakhout (32.274 m²), een sloot (185 m²), drie percelen weiland (16.390 m²), een perceel bouwland (650 m²), vier percelen hooiland (32.290 m²) en een perceel kade (1.650 m²), niet zonder meer uit de Hoge Raad-criteria af te leiden.

Ruim zien

De rechtbank koos terecht voor een praktische benadering, die aansluit bij de beleving, die de meeste eigenaren/kopers zullen hebben. Niet het landgoed staat voorop en het huis is ondergeschikt, maar het is andersom, het gaat om de woning, die is het belangrijkste. Omdat het hier één niet uitgesplitste koopsom betrof, kon de prijs voor de woning in het economisch verkeer en met een woonbestemming leidend zijn, waardoor 95% van de koopprijs van de grond en stichtingskosten van de woning aan de hypotheeklening kon worden toegerekend, dus 95 % van de rente en kosten aftrekbaar.

Commentaar

Toen het aankwam op het bepalen van bestemmingswijzigingswinst bij de ondergrond van bedrijfswoningen in de land- en tuinbouw is in feite dezelfde maatstaf gehanteerd. De waarde in het economisch verkeer werd in feite vastgesteld naar de woonbestemming, veel meer dan de bedrijfsmatige aanwending. In die zin bezien, is deze uitspraak in lijn en naar ons oordeel in overeenstemming met letter en geest van de wet IB, een terechte uitspraak dus.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon Door Wijnkamp Keulers op 12-01-2018

    Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

    Fiscalisten en politiek

    De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

    Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

    Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

    De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

    We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

    Nieuwe auto's in 2018:

    De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

    Spaargeld:

    Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

    Algemene heffingskorting en aftrekposten:

    De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

    MKB versus grootbedrijf:

    De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

    Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

    Keep it simple

    De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

    Lees verder
  • Minder dan 5% van de aandelen, toch belaste winst op aandelen bij lucratief belang Door Wijnkamp Keulers op 24-11-2017

    Bij aandelenparticipatie wordt nogal eens gekozen voor een belang van minder dan 5%. De veronderstelling is dan dat de aangroei van de waarde van aandelen onbelast is, omdat over de waarde in box 3 wordt betaald. Vooral jonge bedrijven en jongere werknemers, ZZP'ers en ondernemers maken hiervan gebruik. De wetgever heeft gemeend via loon of resultaat uit overig werk toch te moeten belasten. Het komt er op neer dat als u een voordeel behaalt dat is terug te voeren op persoonlijke kwaliteiten of werkzaamheden ook bij een niet aanmerkelijk belang (< 5%) het voordeel als inkomen kan worden belast. Het gaat om niet beursgenoteerde vennootschappen, dus alleen het MKB heeft hier last van.

    MKB, op achterstand

    Vooral bij innovatieve ondernemingen en jonge ondernemers is vaak aan de orde dat er weinig geld is voor lonen en salarissen. Het geld zal pas op langere termijn binnenkomen zonder enige garantie op succes. De grote klapper, te weten verkoop aan een grote marktpartij of eigen exploitatie, is de drijvende factor. Financiers zijn moeilijk te vinden, als ze al willen dan is een logische voorwaarde dat de investering niet opgaat aan "eten en drinken", te weten hoge salarissen. Die moeten dus zo laag mogelijk zijn. Dat is tegen de zin van het Ministerie van Financiën, dat wil tenminste € 45.000 gebruikelijk brutoloon zien, uitzonderingen daargelaten.

    Heffen van belasting staat voorop

    Een ieder, die een aanmerkelijk belang (5% of meer) heeft in een BV en werkzaamheden verricht in die BV, moet zich een gebruikelijk loon toekennen van ca € 45.000. Bij zes aandeelhoudende nerds is dat dus alleen al aan brutoloon zonder bijkomende lasten van € 270.000 per jaar. Dat roomt flink af, belemmert dus groei en innovatie van vooral jonge kleine bedrijven. Recent overleg van het Ministerie van EZ met het Ministerie van Financiën om het probleem van uitstromende liquide middelen door fiscale afroming opgelost te krijgen, had het voorspelbare resultaat … Financiën geeft, behoudens een wat halfslachtige startersregeling en verlaging van het gebruikelijk loon bij financiële problemen, geen ruimte.

    Niet het enige probleem

    Niet alleen bij een aanmerkelijk belang (> 5%) zijn er problemen. Minder dan 5% van de aandelen hebben en dus geen aanmerkelijk belang hebben, leek een goede oplossing. Helaas … ook dit gaat niet meer op. Sinds januari 2009 (crisismaatregel) wordt de aangroei van de waarde van aandelen in een minderheidspakket (< 5%) belast als inkomen in box 1 als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden.

    1. Het objectief verwachte rendement van de vermogensbestanddelen is hoger dan normaal, in verhouding tot het geïnvesteerd vermogen of tot het feitelijk gelopen risico.

    2. Reguliere beleggers kunnen deze voordelen niet krijgen

    3. Er is een relatie tussen de waardeontwikkeling van deze vermogensbestanddelen en het werk van de aandeelhouder, bij aandelen komt dit alleen voor bij niet-beursgenoteerde aandelen.

    Er zijn nog wat meer voorwaarden, aan slechts één daarvan hoeft te worden voldaan om te kunnen heffen. Als sprake is van aandelen, die in de winstdeling zijn achtergesteld of die minder dan 10% van het nominaal geplaatste kapitaal uitmaken of tenminste 15% dividendrecht hebben, dan is sprake van een lucratief belang. Bij vergelijkbare rechten of vorderingen geldt een soortgelijke regeling en ook kwijtschelden van een schuld kan belastbaar inkomen opleveren.

    Aangeven of vooroverleg

    Als sprake is van zo'n "buitengewone beloning", dan is deze aan te geven als winst uit onderneming, loon, winst uit aanmerkelijk belang (5% of meer) of inkomsten uit overig werk, al naar gelang de feitelijke situatie. Het initiatief tot aangifte IB ligt dus bij de belastingplichtige. Dat betekent dat vooroverleg of overleg na de aangifte ("gezeur met de inspecteur") onvermijdelijk is. Niettemin, niet verzwijgen … want er zijn al gerechtelijke procedures gevoerd en niet aangeven kan tot flinke problemen, waaronder boetes, leiden.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Belastingen in 2018, gecamoufleerde verhogingen zetten de toon Door Wijnkamp Keulers op 12-01-2018

    Emeritus-hoogleraar Leo Stevens beklaagde zich onlangs in het Financieel Dagblad (05-01-2018) over de miskenning van het maatschappelijk rechtsgevoel door Ministerie van Financiën en politiek. Hij meent dat Rutte III een valse fiscale start heeft gemaakt. Hij ergert zich aan het aanhoudend gecamoufleerd verhogen van de belastingdruk. Vooral het intrekken van de vrijstelling bijtelling eigen woning bij afgeloste hypotheek (Wet Hillen) toont onbetrouwbaarheid. Dat dit nodig zou zijn om de overheidshuishouding sluitend te krijgen, noemt hij ongeloofwaardig. Het bleek wel haalbaar om 1.4 miljard vrij te maken voor afschaffen van de dividendbelasting, zo stelt hij.

    Fiscalisten en politiek

    De politiek is er in de vorige kabinetsperiode niet in geslaagd het belastingstelsel te hervormen. Hervorming is hard nodig, want de politiek heeft het stelsel uit 2001 inmiddels opgetuigd met een woud aan detailregelingen, daarmee is het uiterst ingewikkeld en vrijwel onuitvoerbaar geworden. De Belastingdienst is flink in de problemen gebracht.

    Fiscalisten gaan niet over politieke keuzes, maar de vrees dat de overheid met "stiekeme" belastingverhogingen en volgens Stevens "irritant inhalige" regels burgers tegen zich in het harnas jaagt, wat uiteindelijk de inning sterk gaat bemoeilijken, is meer te horen in de belastingwereld.

    Door eerst voordelen voor te spiegelen, mensen daarop te laten acteren, daarna regelingen in te trekken en hogere lasten op te leggen, lijkt de overheid op zijn minst de schijn te wekken van onbetrouwbaarheid. Het gevoel "beet genomen te zijn" is slecht voor de belastingmoraal. Dat geldt ook voor overheidsbeleid dat met twee maten meet in een zelfde situatie. Bij te laat betalen van burgers zijn er torenhoge boetes en flinke belastingrente, bij trage teruggave en of te laat (terug) betalen door de overheid, geen boete en vergoedt de overheid nauwelijks kosten en rente. Dit maakt vooral ondernemers razend.

    De zorg is dus dat de overheid zich van de zwijgende belastingbetalende meerderheid vervreemdt met verslechtering van de belastingmoraal tot gevolg. Als daardoor grotere aantallen burgers zich gaan verzetten door belastingontwijking, belastingontduiking of het systeem gaan belasten met bezwaar en beroep, dan loopt de boel vast. Steeds meer dwang en via hoge boetes burgers in het gareel moeten dwingen, is het onvermijdelijke gevolg, de eerste tekenen zijn al zichtbaar. Dat dit beleid niet erg productief is, lijkt in Den Haag maar niet door te dringen. Voorlopig voert de roep om meer regels, meer controle en hogere boetes de boventoon. De Belastingdienst, die het allemaal moet uitvoeren, kan het niet aan.

    We noemen wat voorbeelden tot nadenken:

    Nieuwe auto's in 2018:

    De BPM afschaffen, vooral voor milieuvriendelijker auto's dat was de belofte. Er is niet veel van terecht gekomen, het behalen van voordeel wordt bemoeilijkt door de normen steeds minder haalbaar te maken. Gewone middenklasse auto's, als Peugeot 308 SW, op benzine schijnen ruim € 2.100 duurder te zijn geworden. Maar dat is het niet alleen. Een duurdere aanschafprijs betekent meer BTW correctie voor privégebruik en hogere bijtelling. Allerhande (provinciale) heffingen, die in de plaats moesten komen van de BPM, zijn niettemin ook gewoon ingevoerd. Per saldo is de (lease) auto van de normale middenklasse werknemer en burger dus gewoon weer melkkoe.

    Spaargeld:

    Inmiddels is de rente 0% en de inflatie ca 1,5%. De spaarder wordt bij vermogen tot € 75.000 belast in box 3 op basis van een gemiddeld rendement van ca 2,8%, vermogen tot een € 1.000.000 geeft kennelijk een gemiddeld rendement van 4,6% en hoger een rendement van 5,39%. Volgens Stevens is de spanning tussen fictie en werkelijkheid hier duidelijk zichtbaar, hij pleit voor belasting van werkelijke rendementen. Financiën wil er niet aan, box 3 is laaghangend fruit, men wil het niet kwijt. Dat vermogens worden uitgehold, mede dankzij belasting over niet genoten inkomen, lijkt ook volgens Stevens meer op onteigening dan op belastingheffing.

    Algemene heffingskorting en aftrekposten:

    De heffingskortingen zijn verlaagd, in 2018 nog weer meer. Aftrek voor kinderalimentatie (forfaitair) is afgeschaft, partneralimentatie is nog wel aftrekbaar, de aftrek is tegen het laagste tarief, de ex-partner, die ontvangt, moet daarentegen wel tegen de normale tarieven betalen. Meer halen en minder teruggeven, zo lijkt het. Dat geldt ook voor de hypoheekrenteaftrek, die sluipenderwijze steeds verder wordt beperkt. Had je afgelost onder de belofte dat je dan ook de WOZ-waarde van de woning niet meer hoefde bij te tellen … jammer dan, de wet Hillen is afgeschaft. Alsnog kiezen voor renteaftrek kan niet. Resultaat is renteaftrek weg, voordeel weg. Degene, die heeft afgelost, zit in de val, die kan geen kant meer op.

    MKB versus grootbedrijf:

    De MKB-winstvrijstelling wordt afgeschaft. De politiek heeft weinig feeling met (M)KB ondernemers en de risico's, die zij met hun gehele vermogen lopen. Fictief rendement wordt wel belast in box 3, écht risico en beperking van de aanwendingsmogelijkheden van ondernemingsvermogen (het zit vast) wordt niet in aanmerking genomen. Vergeten is dat de MKB-winstvrijstelling geen aftrekpost is, maar een tariefcompensatie was.

    Daar staat het kennelijk nogal achteloos toekennen van 1,4 miljard belastingvoordeel voor het grootbedrijf en buitenlandse investeerders door afschaffing van de dividendbelasting tegenover. Slappe knieën en ontvankelijkheid voor een handige lobby van het VNO is het beeld dat daar is blijven hangen.

    Keep it simple

    De zorg over rechtszekerheid en rechtmatigheid, die Stevens uit, heeft betrekking op het uiteindelijk efficiënt, goed en redelijk kunnen heffen van belastingen. Dat kan niet plaatsvinden als er niet een basis-consensus is en blijft, dat de overheid nuttig en noodzakelijk is en dat belastingheffing noodzakelijk is om voorzieningen in dit geweldige en rijke land te kunnen blijven betalen. Stevens heeft een punt, het systeem kan het niet meer aan, de uitvoering irriteert teveel burgers, die moeten betalen. Het moet anders. In 2018 is er een belastingherziening voorzien, hopelijk slagen onze politici erin om een robuust duurzaam belastingstelsel in wetgeving te verankeren. Less is more …?

    Lees verder
  • Landbouwmaatregelen nieuwe kabinet Door Wijnkamp Keulers op 13-10-2017

    De invloed van CDA en CU is zichtbaar. Het lijkt erop dat ondanks verzet van VVD en D'66 er toch weer een Minister van Landbouw komt. Terecht voor een echte top-sector, exportkampioen en leverancier van goed en veilig voedsel. Een eigen minister is noodzakelijk om milieubeleid en landbouweconomisch beleid evenwichtig te integreren, dat kan alleen met een eigen minister. Een overzicht van de maatregelen.

    200 miljoen voor sanering in de varkenshouderij, NVWA-organisatie krijgt 20 miljoen voor versterking van de organisatie. Het groen-onderwijs gaat weer naar OCW. De bedrijfsopvolging wordt gestimuleerd met 75 miljoen in 2018 en 75 miljoen in 2019, faciliteiten als de BOR blijven in stand. Samenwerkingsmogelijkheden in de Mededingingswet worden verruimd, er wordt gekeken naar de mogelijkheid om sectorale afspraken te kunnen maken. Geen wettelijk verplichte weidegang. Klimaatdoelstellingen mogen in plaats van via volumebeperkingen, ook met technische maatregelen worden bereikt. Niettemin zal de landbouw ook last hebben van het verhoogde BTW tarief van 9%, die drukt op het eindproduct in de winkels. De ACM daarentegen zal erop toezien dat producenten, die voldoen aan bovenwettelijke eisen van afnemers, supermarkten, daarvoor ook meer betaald krijgen, dat levert dan natuurlijk wel meer BTW-druk op en zo zie je dat de maatregelen elkaar tegenwerken.

    De beperking en afschaffing van ondernemersaftrek zal de agrarische sector flink geld gaan kosten, daar kan geen tariefsverlaging tegenop.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook