Header achtergrond
Header achtergrond

Belastingherziening, wat kunnen we verwachten

17-10-2016

De politieke partijen zijn op dit moment druk bezig met het vaststellen van hun verkiezingsprogramma’s. Dat er een herziening van het belastingstelsel gaat komen, lijkt wel zeker, die had er al moeten zijn, zij het dat de regeringspartijen VVD en PvdA het niet aandurfden om hun grote verschillen van inzicht uit te onderhandelen. De min of meer mee regerende oppositie lijkt ook wel voor een belastingherziening te zijn, tijd om eens op een rij te zetten welke kant het op zou kunnen gaan.

Faciliteiten voor ondernemers, minder … minder

Het lijkt erop dat de belastingdruk bij ondernemers in het MKB zal toenemen de komende jaren. Dit omdat de meeste partijen inzetten op “voordeel voor iedereen” en “gelijke behandeling “ voor ondernemers, ambtenaren en werknemers. Verlaging van lasten op arbeid is wat vrijwel alle partijen willen, dit om de werkgelegenheid te stimuleren. Ook mensen met lage inkomens moeten het beter krijgen, zo willen vooral SP, PvdA en GroenLinks, dus uitkeringen en toeslagen omhoog. De SP wil dat ook voor ondernemers met lage inkomens. Maar dat moet allemaal wel betaald worden. Omdat bezuinigen niet echt blijkt te lukken, is sterkere schouders zwaarder belasten, dus onvermijdelijk. Ook het wegnemen van wat “oneigenlijk” voordeel voor ondernemers wordt genoemd, is een optie. Het laten oplopen van het begrotingstekort of de staatsschuld wordt niet overwogen.

Gevolgen

Omdat er voordeel voor velen moet komen, zal er flink bezuinigd moeten worden bij een veel kleinere groep van ondernemers en vermogenden. Ondernemers en ZZP'ers raken naar verwachting (een deel van) hun faciliteiten kwijt, dus wel lagere tarieven voor de IB, maar geen ondernemersaftrek, startersaftrek meer, de toekomst van de FOR en MKB winstvrijstelling staat minder ter discussie. Ook de bedrijfsopvolgingsregeling BOR lijkt wel te blijven voortbestaan, maar in welke vorm is niet te voorspellen. Niet uit te sluiten is, dat zal worden gekeken naar beperking tot situaties, waarbij het echt nodig is dat uitstel of afstel van successierecht plaatsvindt.

BV eigenaren

De BV eigenaren, de zogenaamde directeur grootaandeelhouder (DGA) zullen naar verwachting ook flink in de buidel geraakt gaan worden. Het in BV’s opgepotte vermogen zal mogelijk belast gaan worden, door nog meer uit te gaan van fictief loon in combinatie met hogere fictieve rentes en fictief dividend. In feite zal circa 80% van de winst in een BV mogelijk worden wegbelast, waarbij dan de resterende 20% een lager vennootschapsbelastingtarief heeft, maar daarna zal door de IB heffing op rente en dividend dat voordeel ook weer worden belast. Het gaat dus allemaal lijken op de heffing bij een werknemer of ambtenaar, inclusief box 3-heffing op vermogen.

Box 3

Er zal vermoedelijk een verlaging voor velen volgen en meer belasting voor vermogenden. Nu wordt er 1,2% geheven op vermogen, te weten het saldo van bezittingen en schulden. Mogelijk dat voor vermogens boven de 1 miljoen 1,65% de norm zal worden. Bij particuliere verpachters met grond, die ca € 30.000 per hectare waard is in verpachte staat, is dus bij iets meer dan 33 ha de hoge norm al in zicht, dat zou € 495/ha zijn. Of de norm van 50% bij reguliere verpachting overeind blijft, is niet te voorspellen.

Wat nu?

De ondernemingsfaciliteiten zoveel mogelijk benutten nu het nog kan, is het eerste. Kijk of met maatschappen in de familiesfeer (met studerende kinderen bijvoorbeeld) nog voordeel te behalen is. Zet de bedrijfsopvolging in, de BOR geldt nu nog met een relatief ruim toepassingsgebied en de 3 jaar, die nodig is om behoorlijk door te schuiven en tegen lagere waarde over te dragen is een hele tijd, dus nu starten met die kinderen.
Herwaardeer die landbouwgronden, de laatste stuiptrekkingen om toch een overgangsregeling bij de Hoge Raad erkend te krijgen, zijn laatst mislukt gebleken, maar wel is duidelijk dat een maatschap goede diensten kan bewijzen bij herwaardering. Een stichting om zeggenschap te regelen is ook een alternatief, niet omdat daarmee het vermogen niet belast kan worden, maar puur om de opvolger de zeggenschap te kunnen toedelen. Want als die bestuurder is in de stichting, bepaalt hij wat er gebeurt. Verkopen kan hij echter niet. Een stichting in combinatie met een BV, al dan niet met verpachting, kan ook goede diensten bewijzen. Reguliere pacht is sowieso uiterst bruikbaar, want nog steeds is bij reguliere pacht een afwaardering van de grond tot 50% mogelijk en, minstens zo belangrijk, het recht op gebruik is goed geregeld. Ook de verkoop van grond met toepassing van de landbouwvrijstelling onder voorbehoud van pachtrechten met mogelijkheid tot afschrijven op de pachtrechten kan bruikbaar fiscaal voordeel opleveren.

Pachters

Ook pachters kunnen maatregelen nemen, tijdig de opvolger in de maatschap en regelen met de rentmeester dat de pacht overgaat. Wees voorzichtig met onderverpachting. Regelen in samenspraak met de rentmeester heeft de voorkeur. Maar als het niet anders kan, moet gebruik worden gemaakt van de wettelijk mogelijkheden. Ook de overdacht van de eigendomsgronden, ondergrond, erf, tuin en gebouwen regelen. Via een maatschap kan dat op termijn, we noemen dat een regeling “nu voor alsdan”. Een ondermaatschap met de echtgenote is natuurlijk ook mogelijk, daardoor is er ook meer fiscaal voordeel mogelijk.

Tot slot

Uiteraard moeten de maatregelen wel passen. Bij kleine bedrijven en ondernemers in hun nadagen is iets anders nodig, dan bij grote (deels) eigendom bedrijven. Tijdig beginnen maakt dat er meer keuze is. Nu is wel het moment.

Laatste nieuws

Nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap tussen echtgenoten te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder

Agro nieuws

  • Huwelijk en algehele gemeenschap van goederen verleden tijd?! Door Wijnkamp Keulers op 03-08-2017

    Vanaf 1 januari 2018 is een beperkte omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen tussen echtgenoten de standaard. Dit betekent dat het voor het huwelijk opgebouwde vermogen van de partners niet tot de gemeenschap zullen behoren en ook erfrechtelijke verkrijgingen en giften zullen buiten de gemeenschap blijven. Al hetgeen gedurende het huwelijk door de partners wordt opgebouwd, dan wel voor het huwelijk al tezamen is verkregen, behoort tot de gemeenschap. Ditzelfde geldt, in beginsel, ook voor schulden, die tijdens het huwelijk zijn aangegaan. De vraag is of het in de praktijk zo zal werken.

    Gevolgen nieuwe regeling
    Het vermogen dat u voor de trouwdag al heeft, blijft van u en valt niet in een gemeenschap van goederen. Bij een echtscheiding hoeft u van dat vermogen, voor zover dit nog steeds als privévermogen is te onderkennen, ook niets te delen. Dit geldt ook voor de schulden, die u bij het aangaan van het huwelijk heeft, deze blijven voor uw rekening en risico. De gemeenschap bestaat dan ook, in beginsel, alleen uit hetgeen gedurende het huwelijk wordt verkregen.

    Uitzonderingen
    Er zijn wel uitzonderingen op de wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap, zo valt hetgeen gedurende voor of tijdens het huwelijk uit schenking of erfenis is verkregen, niet in de gemeenschap. Aangezien hetgeen krachtens schenking of erfenis verkregen niet in de gemeenschap valt, zou dat wellicht tot de conclusie kunnen leiden, dat het niet meer nodig is om bij de schenking en/of in het testament een uitsluitingsclausule op te nemen.

    Maar, er kan worden afgeweken van de wettelijke regeling bij huwelijkse voorwaarden en zo kan er alsnog een algehele gemeenschap van goederen worden gecreëerd. Zonder uitsluitingsclausule valt een verkrijging bij erfenis of schenking dan alsnog in de bij huwelijkse voorwaarden gevormde algehele gemeenschap van goederen. Dit is overigens ook aan de orde wanneer de erfenis of schenking is gebruikt voor de aanschaf van goederen of bijvoorbeeld een huis en er onvoldoende duidelijk is, wie wat betaald heeft en waarvan.

    Administratieplicht
    Om een goed zicht te houden op hetgeen voor het huwelijk is verkregen en privévermogen is, is het dus van belang dat een zorgvuldige administratieve vastlegging plaats vindt van de privévermogensbestanddelen. Wanneer er geen goede vastlegging is en de eigendomssituatie niet duidelijk is, kan bij bijvoorbeeld een echtscheiding, het standpunt worden ingenomen dat een bepaald vermogensbestanddeel gemeenschappelijk vermogen is, omdat niet kan worden aangetoond dat het een privébestanddeel is, zeker wanneer er vermenging met overig vermogen heeft plaats gevonden.

    Dit laatste zal waarschijnlijk de bottleneck worden van de nieuwe wetgeving. Ook nu wordt de jaarlijkse verrekening voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden nagenoeg niet nageleefd. Wij verwachten niet dat dit vanaf 1 januari 2018 anders zal worden, met als gevolg dat er feitelijk toch een algehele gemeenschap te constateren is.

    Lees verder
  • BV met vastgoed, geen overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht aan kinderen. Door Wijnkamp Keulers op 25-07-2017

    Met het toenemen van het aantal ondernemers in de post-actieve periode komt steeds meer de vraag aan de orde of resterende BV’s met vastgoedportefeuilles (materiële) ondernemingen zijn of dat de activiteiten in feite niet meer inhouden dan beleggen, zoals dat normaliter in box 3 plaatsvindt. Als sprake is van een onderneming, dan zijn in beginsel bedrijfsvolgingsregelingen in de erf- en schenkbelasting van toepassing. Ook de overdrachtsbelasting speelt bij overdracht van aandelen in de familiesfeer een rol. In geval van een onderneming is de aandelenoverdracht aan familieleden in beginsel vrij van overdrachtsbelasting. Let dus goed op dat er een materiële onderneming is en zolang dat nog het geval is, neem uw maatregelen, maak voort met de opvolging, want de mogelijkheden zullen beperkt gaan worden.

    Dat komt omdat naar de zin van Financiën en de Belastingdienst te veel oneigenlijk gebruik aan de orde is, dat kost geld en is dus in hun ogen onwenselijk. Recent dus weer tegenslag voor de fiscus bij heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit in een uitspraak van 26 juni 2017, nr. 15/4224, ECLI:NL:RBNHO:2017:5723. Het gaat om de vrijstelling, die is opgenomen in artikel 15, lid 1, aanhef, onderdeel b Wet BRV, deze vrijstelling is van toepassing, indien een ondernemer zijn onderneming aan een of meer familieleden overdraagt en daarbij onroerende zaken overgaan, die behoren tot en dienstbaar zijn aan de overgedragen onderneming.

    De rechtbank oordeelde met inachtneming van de zogenaamde doorkijk-arresten van de Hoge Raad (zie HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). Het komt erop neer dat naar de overwegende rechtshandelingen, die zonder BV tussenkomst vrijstelling opleveren, moet worden gekeken. Het al of niet tussenkomen van een BV, zou voor het rechtsgevolg in dit kader dan uitmaken. Als de vastgoedportefeuille in een eenmanszaak/IB onderneming bij overdracht aan familieleden is vrijgesteld, dan heeft een transactie waarbij aandelen in een BV met dezelfde activiteit wordt overgedragen aan dezelfde familieleden hetzelfde rechtsgevolg, dus vrijstelling. De rechtbank kijkt dus als het ware door de bv-structuur heen. Uiteraard moet aan alle voorwaarden worden voldaan, dus ook dat de kinderen ruim drie jaar na de verkrijging de aandelen nog hebben en de BV de werkzaamheden volledig heeft voortgezet.

    Hoger beroep

    Dit is een belangrijke uitspraak en weer een tegenvaller voor de Belastingdienst en Financiën. Zij zien het toepassen van vrijstellingen ook in geval van post-ondernemingsactiviteiten met lede ogen aan. Hoger beroep is niet uit te sluiten en uiteraard is te verwachten dat aanscherping van de wetgeving, waarbij de grens tussen (vastgoed)beleggen en echt ondernemen nader wordt gedefinieerd, de oplossing voor de fiscus moet brengen. Voor diegenen, die plannen hebben voor bedrijfsopvolging en overdracht van vermogen aan kinderen, is enige haast geboden. Zo mooi als het nu is, blijft het niet.

    Lees verder
Follow us
email
twitter
facebook